Rechten en plichten van werkenden
Alle werkenden hebben recht op een goed arbobeleid. Werkgevers zijn verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van medewerkers. Ze moeten hierbij voldoen aan een aantal verplichtingen uit de Arbowet. Niet alleen werkgevers, maar ook werknemers hebben plichten rondom gezond en veilig werken. De onderwerpen op deze pagina gaan hierop in.
Meer weten?
Heeft u vragen over de producten en/of diensten van 247veiligwerken? Stel uw vraag op dit formulier. Afhankelijk van uw vraag, krijgt u binnen 24 uur een reactie.
Wilt u direct een medewerker spreken? Stel dan uw vraag via WhatsApp: 06 5122 8460. Dat kan 7 dagen in de week. Tussen 9.00 uur en 20.00 uur.
Algemene rechten & plichten van werkenden
Alle vaste en niet-vaste werkenden hebben recht op een goed arbobeleid. De werkgever is verantwoordelijk voor het zorgen voor de veiligheid en gezondheid van de werkenden. Hij moet hierbij voldoen aan een aantal verplichtingen uit de Arbowet. Maar naast de werkgever hebben ook werkenden plichten rondom gezond en veilig werken.
Vaste en niet-vaste medewerkers hebben recht op arbozorg
De wijze waarop Arbozorg wordt georganiseerd, is de keuze van de werkgever, in overleg met de werkende. Arbozorg wordt geleverd door een arbodienst of door ten minste een van de kerndeskundigen ( bedrijfsarts, arbeidshygiënist, veiligheidskundige, arbeids- en organisatie deskundige). Niet alleen vaste werkenden hebben recht op arbozorg. Dit geldt ook voor deeltijd- en flexwerkers, oproepkrachten en personen met een nulurencontract. Arbozorg valt onder de Arbowet en deze wet geldt altijd als een persoon een arbeidsovereenkomst heeft of onder gezag werkt van een werkgever en tegen betaling werk verricht.
Recht op informatie, voorlichting en bescherming
Vaste en niet-vaste werkenden moeten er vanuit kunnen gaan dat hun werkgever hen goed informeert en beschermt. Het gaat dan bijvoorbeeld om:
- Informatie over de werkzaamheden, risico’s en maatregelen.
- Informatie over de professionele ondersteuning bij gezond en veilig werken (arbozorg) binnen het bedrijf.
- Bescherming tegen onveilige of ongezonde werksituaties. Denk aan de inrichting van de werkplek en de uitvoering van het werk. Ook heeft de werkende recht op informatie over doel en juist gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen en gereedschap. Denk hierbij aan bijvoorbeeld persoonlijke beschermingsmiddelen tegen gehoorbeschadiging.
- Kennis van de RI&E: De werkgever zorgt ervoor dat de werkende de risico-inventarisatie en –evaluatie (RI&E) kent.
- Bij acuut gevaar voor de eigen veiligheid of die van anderen, moet de werkende maatregelen kunnen nemen om dat gevaar weg te nemen. De werkende mag zijn werk bijvoorbeeld onderbreken als hij vindt dat hij of anderen ernstig gevaar lopen.
- De werkende mag van zijn werkgever verwachten dat oorzaken voor psychosociale arbeidsbelasting als stress, pesten, agressie, intimidatie en discriminatie zoveel als mogelijk worden voorkomen.
- Werkenden hebben recht op een gezondheidskundig onderzoek om de risico’s van het werk voor de gezondheid te beperken of te voorkomen.
- Werkenden hebben recht op een goede, onafhankelijke begeleiding van hun klachten of ziekte door een bedrijfsarts. De bedrijfsarts is ook bereikbaar bij vragen over de gezondheid of veiligheid op de werkplek.
- Werkenden hebben recht om – zonder toestemming van de werkgever – de bedrijfsarts te bezoeken als zij vragen hebben over hun gezondheid in relatie tot het werk, ook als de werkende nog niet verzuimt of klachten heeft. Dit kan bijvoorbeeld via een open spreekuur.
- Ook hebben werkenden recht op toegang tot een preventiemedewerker.
Werkenden: verplichtingen, betrokkenheid en eigen verantwoordelijkheid
Om gezond en veilig werken mogelijk te maken, hebben werkenden ook verplichtingen. Een aantal voorbeelden:
- De werkende moet zorgen voor de eigen veiligheid en gezondheid, en voor die van de anderen. Hij past kennis uit zijn opleiding en instructies van de werkgever toe in zijn gedrag.
- De werkende gebruikt hulpmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste manier. Hij volgt de voorschriften als hij werkt met gevaarlijke stoffen, bergt beschermingsmiddelen op de aangewezen plaats op en haalt beveiligingen niet weg.
- De werkende moet meewerken aan een goede uitvoering van het arbobeleid.
- De werkende meldt gevaren voor de veiligheid of gezondheid bij de werkgever of leidinggevende.
- De werkende volgt instructies en cursussen op het gebied van gezond en veilig werken.
Zie ook het thema Rechten en plichten van werkenden. Daar is meer informatie te vinden over de plichten van werkenden (waaronder ook studenten, stagiaires en uitzendkrachten) rondom gezond en veilig werken.
Uitzendkrachten en werkenden in re-integratietrajecten
Een uitzendkracht heeft geen dienstverband bij de werkgever die hem inhuurt. Daarom hoeft de inlenende werkgever de uitzendkracht bij ziekte niet te begeleiden of door te betalen. Daar zijn het uitzendbureau en het UWV verantwoordelijk voor. Dit is dus anders dan bij de hierboven genoemde niet-vaste werkende. De inlenende werkgever moet wel zorgen voor gezondheid en veiligheid op de werkvloer. Ook moet de inlenende werkgever de uitzendkracht vooraf informeren over risico’s van het werk en eventuele noodzakelijke instructies geven. Het uitzendbureau en de inlenende werkgever die de persoon inhuren zijn dus samen verantwoordelijk voor de gezondheid en veiligheid van de uitzendkracht.
Ook voor werkenden in een re-integratietraject geldt een soortgelijke situatie. Deze werkende heeft ook geen dienstverband bij de inlenende werkgever. Daarom is ook hier sprake van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor gezondheid en veiligheid tussen de partij die opdracht geeft tot het re-integratietraject en het re-integrerende bedrijf als de inlenende werkgever.
Vrijwilligers
De Arbowet is in beginsel niet van toepassing op vrijwilligers, omdat deze niet als werkende worden gezien onder de Arbowet. De vrijwilliger heeft namelijk geen arbeidsovereenkomst of publieke aanstelling. Toch gelden voor het werk door vrijwilligers wel enkele verplichtingen. Deze staan in het Arbobesluit, artikel 9.5a.
Bij ernstige risico’s of bijzondere gevaren voor de veiligheid of gezondheid van de vrijwilliger, moeten de aangegeven voorschriften verplicht worden nageleefd. Denk hierbij aan goede voorlichting aan vrijwilligers over het veilig werken met hulp- en beschermingsmiddelen. Dit staat omschreven in artikel 16 lid 7 van de Arbowet.
Buitenlandse werknemers
Werkgevers die buitenlandse werknemers in dienst nemen, krijgen te maken met speciale regels. Deze regels staan in de Wet Arbeid Vreemdelingen en de Wet op de Identificatieplicht.
Werkgevers zijn verplicht ervoor te zorgen dat hun werknemers veilig en gezond werken. De mate van bescherming die zij moeten bieden, is door de overheid vastgelegd in de Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling. Om deze wetten na te leven dient elk bedrijf arbobeleid te voeren.
Regelgeving
Een werkgever moet eerst alles proberen om werknemers te werven uit Nederland of uit de Europese Economische Ruimte (EER). Dat zijn alle landen van de Europese Unie en Noorwegen, IJsland en Liechtenstein (met uitzondering van Kroatië, waarvoor afwijkende regels geldt). Ook werknemers uit Zwitserland mogen vrij in Nederland werken.
Lukt het na vijf weken niet om een vacature in te vullen, dan mag een bedrijf iemand van buiten de EER in dienst nemen. In dat geval is voor die persoon een tewerkstellingsvergunning nodig en moet de vreemdeling een geldige verblijfstitel hebben.
Identiteitsbewijs
De werkgever moet de werknemer altijd vragen naar een geldig, origineel en onvervalst identiteitsbewijs en een kopie ervan in de administratie bewaren. Ook als iemand via een uitzendbureau of onderaannemer werkt. Tevens moeten het nummer en het soort identiteitsbewijs worden geregistreerd. Bovendien moet de werkgever erop wijzen dat werknemers hun identiteitsbewijs bij zich dragen. Een geldig identiteitsbewijs kan zijn:
- een Nederlands paspoort;
- een paspoort van een van de EER-landen;
- een Europese identiteitskaart;
- een niet-Nederlands paspoort waarin door de Vreemdelingendienst een vergunning tot verblijf is aangetekend;
- een ander geldig vreemdelingendocument.
Een rijbewijs is geen geldig identiteitsbewijs, omdat hierop geen nationaliteit en verblijfstatus staan vermeld.
Rechten buitenlandse werknemer
Bij de aanvraag voor een tewerkstellingsvergunning wordt bekeken of de werknemer wel het geldende cao-loon (of een marktconform loon) ontvangt. Verder wordt getoetst aan het wettelijk minimumloon. Werkgevers die een vreemdeling tewerkstellen zonder tewerkstellingsvergunning kunnen van de Nederlandse Arbeidsinspectie een boete krijgen van € 8000,- per illegaal tewerkgestelde vreemdeling.
Uitzonderingen tewerkstellingsvergunning
Werken in Nederland is toegestaan voor personen met de Nederlandse nationaliteit of uit één van de landen van de Europese Economische Ruimte en Zwitserland. Bij grensoverschrijdende dienstverlening is onder bepaalde voorwaarden geen tewerkstellingsvergunning meer nodig. Dit is het geval wanneer de werkgever vooraf (notificatieplicht) betrouwbare informatie over het bedrijf, de werkzaamheden en de identiteit van de werknemers heeft gegeven aan UWV WERKbedrijf, voorheen het Centrum Werk en Inkomen (CWI). Dit geldt niet voor postbusondernemingen en uitzendwerk.
Zie ook
Kinderwens, zwanger, borstvoeding en werk
Het krijgen van kinderen is een bijzondere en levensveranderende ervaring. Voor veel mensen begint deze reis met een kinderwens, gevolgd door de vreugde en uitdagingen van zwangerschap en uiteindelijk het geven van borstvoeding. Hoewel deze fasen vol emoties en betekenis zijn, brengen ze ook praktische vragen en verantwoordelijkheden met zich mee, vooral in relatie tot werk.
Hoe combineer je een kinderwens met een carrière? Welke rechten en ondersteuning zijn er beschikbaar tijdens de zwangerschap en na de geboorte? En hoe maak je ruimte voor borstvoeding of kolven terwijl je weer aan het werk gaat? Deze vragen zijn niet alleen belangrijk voor aanstaande ouders, maar ook voor werkgevers die een inclusieve en ondersteunende werkcultuur willen bieden.
Op deze pagina verkennen we de dynamiek tussen ouderschap en werk. We kijken naar regelgeving, praktische oplossingen en tips om een gezonde balans te vinden, zodat zowel ouders als werkgevers hier optimaal bij gebaat zijn.
Zie ook
Ouderen en werk
Oudere werknemers brengen veel kennis en ervaring met zich mee. Juist met het zicht op vergrijzing en ontgroening wordt het zaak het arbeidspotentieel slim in te zetten. Voor wie dat mogelijk is zou zo lang mogelijk moeten doorwerken. Dit vraagt wel om aandacht voor belastbaarheid, motivatie en ontwikkeling, om (vroegtijdige) uitval te voorkomen en de inzetbaarheid op peil te houden.
Ouderen optimaal inzetten
Voor alle werknemers, en zeker voor oudere werknemers, is het van belang erop te letten dat de werkbelasting aansluit op wat de werknemer aan kan. Als het werk te zwaar dreigt te worden, moet gekeken worden of de werkinhoud of -organisatie aangepast kan worden. Bij tijdig ingrijpen kan vaak voorkomen worden dat een werknemer zich ziek meldt of zelfs moet stoppen met werken.
Oudere werknemers die hun werk te zwaar vinden, hebben vaak te maken met:
-
-
-
- hoge tijdsdruk, in combinatie met weinig regelmogelijkheden;
- zware fysieke belasting (rug-, knie-, heupbelasting);
- zich snel ontwikkelende technologie;
- onregelmatige diensten of ploegendienstverband.
-
-
Om vroegtijdige uitval te voorkomen is het zeker bij functies met deze elementen van belang tijdig te zoeken naar en werknemers voor te bereiden op alternatieve taken en functies. Met speciale onderzoeken (bijvoorbeeld Periodiek Medisch Onderzoek (PMO-Levensfase, STECR), Work Ability Index) kan onderzocht worden of een werknemer nog in staat is om het werk goed en veilig uit te voeren.
Arbeidsomstandigheden en -voorwaarden
Goede arbeidsomstandigheden kunnen veel bijdragen aan een duurzame inzetbaarheid van werknemers. Wanneer er op de eigen situatie afgestemde voorwaarden worden gecreëerd, zullen werknemers langer en productiever kunnen werken. Voorbeelden zijn:
-
-
-
- taakroulatie;
- inzet van hulpmiddelen om fysieke belasting te verminderen;
- meer invloed op de werkdruk;
- samenwerken bij zware klussen.
-
-
Ook op het gebied van arbeidsvoorwaarden zijn er verschillende mogelijkheden. Het meest bekend zijn de ‘ontziemaatregelen’ zoals extra vrije dagen voor oudere werknemers. In steeds meer cao’s worden deze echter afgeschaft. In plaats van de ontziemaatregelen kunnen in de cao nieuwe maatregelen worden vastgelegd die de inzetbaarheid bevorderen, bijvoorbeeld levensfasebewust personeelsbeleid, scholing of aanpassing van arbeidstijden voor ouderen. In veel organisaties waar oudere werknemers langer doorwerken, ligt het accent niet zozeer op de leeftijd maar op de belastbaarheid en individuele wensen van de werknemer.
Zo kunnen organisaties bijvoorbeeld à-la-carte-systemen gebruiken (keuzemenu’s) waarin werknemers kunnen aangeven van welke voorwaarden zij gebruik willen maken. Enkele voorbeelden:
-
-
-
- (om)scholing;
- (meer) thuiswerken;
- langere werkdagen (4×9 uur) afgewisseld met meer vrije dagen;
- flexibele contracten (oproepkrachten voor piekperiodes);
- verlofdagen (ver)kopen;
- sparen voor sabbatical.
-
-
Zie ook
Stagiairs
Voor stagiairs geldt de Arbowet en de Arbeidstijdenwet onverkort, waarbij het bedrijf waar de stage wordt gelopen als werkgever geldt. Voor het bedrijf is een stagiair geen werknemer. Hij krijgt geen loon, maar mogelijk wel een onkostenvergoeding en een stageovereenkomst in plaats van een arbeidsovereenkomst. Voor de Arbowet is een stagiair, evenals een uitzendkracht of een vrijwilliger, echter wel een werknemer.
Verantwoordelijkheden werkgever
Voor een stagiair gelden dezelfde regels als voor vaste werknemers, al betreft het hier een groep die doorgaans weinig ervaring heeft, extra risico’s met zich meebrengt en dus ook extra aandacht verdient. Mogelijk is een stagiair een jeugdige, met daarbij horende rechten en plichten.
De werkgever is verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van iedereen die in het bedrijf aan de slag is: eigen werknemers, stagiairs, uitzendkrachten en vrijwilligers. Voor al deze krachten moet de werkgever zorgen voor een goede werkomgeving.
Ook een stagiair heeft recht op kosteloze verstrekking van beschermingsmiddelen door zijn werkgever.
Werknemers jonger dan 18 jaar en zwangere werkneemsters lopen extra risico’s in het bedrijf. De werkgever dient daar rekening mee te houden.
RI&E
De werkgever maakt voor de stageperiode afspraken met de school over de werkzaamheden van de stagiair. Door tijdig het betreffende gedeelte van de RI&E te geven, kan de school de stagiair van tevoren op de hoogte stellen van mogelijke risico’s van het werk. In overleg met de school kan de werkgever afspreken welke voorlichting de school geeft en wat het leerbedrijf nog moet doen.
Jonger dan 16: stageovereenkomst verplicht
Als de stagiair jonger is dan 16 jaar, dan is een stageovereenkomst verplicht. Deze stageovereenkomst wordt mede ondertekend door de persoon die het ouderlijk gezag heeft.
BeroepsPraktijkVomrings-plan (BPV-plan)
Voor bedrijven die vaak met stagiairs werken is het handig om de werkwijze op papier te zetten. Scholen noemen dit ook wel een BPV-plan (BeroepsPraktijkVormings-plan). Zo kunnen bedrijven bijvoorbeeld één vaste werknemer aanwijzen die stagiairs begeleidt. Deze stagebegeleider of leermeester heeft ook de taak toezicht te houden op het veilig en gezond werken van de stagiair.
Student
De Arbowet is ook van toepassing op leerlingen en studenten die binnen de kaders en faciliteiten van hun opleidingsinstituut werk verrichten dat overeenkomt met de beroepspraktijk. De directie van de school is dus verantwoordelijk voor hun veiligheid.
Interessante links:
Het is als onderwijsinstelling belangrijk om knelpunten rondom veiligheid in kaart te brengen. Leveren alleen de computer- en scheikundelokalen problemen op? Of zijn er meer situaties binnen de school waar arboregelgeving van toepassing is? Het is zaak een veiligheidsbeleid te ontwikkelen dat van tijd tot tijd geëvalueerd wordt. De verplichte zorg voor een veilige en gezonde werkomgeving is voor studenten gelijk aan die voor werknemers.
De arboregels reiken van de technieklokalen tot de gewone klaslokalen. Volgens de wet moeten de machines voldoen aan de veiligheidseisen. Gevaarlijke stoffen dienen op de juiste wijze gebruikt te worden. En alle beeldschermwerkplekken dienen, indien de studenten meer dan 2 uur per dag met een beeldscherm werken, aan de eisen te voldoen.
Aandachtspunten
Bij computerwerkplekken is het noodzakelijk dat deze ergonomisch verantwoord opgesteld zijn en dat de studenten op de juiste manier achter het toetsenbord en beeldscherm zitten. Ook moeten studenten instructies krijgen over de gezondheidsaspecten van beeldschermwerk.
Tijdens praktijklessen met chemische stoffen of gevaarlijke machines, gereedschap en apparatuur moet het opleidingsinstituut alle mogelijke veiligheidsmaatregelen treffen en de arbeidshygiënische strategie volgen. Indien nodig moeten de leerlingen beschikken over persoonlijke beschermingsmiddelen als veiligheidsbrillen, handschoenen, gehoorbescherming enzovoort.
Een goede voorlichting aan studenten en leerlingen voor wie de risicovolle werkzaamheden vaak nieuw zijn, is uitermate belangrijk. Breng ze op de hoogte van de gevaren, vertel ze hoe ze zich kunnen beschermen en hoe de school daarbij helpt. De school of opleidingsinstelling is hier toezichthouder.
Jonger dan 18
Voor studenten van 18 jaar en jonger gelden strengere regels dan voor hun oudere medestudenten. Zo is het voor hen verboden te werken met giftige, kankerverwekkende stoffen of met stoffen die de vruchtbaarheid beïnvloeden. Risicovol werk moeten zij altijd onder toezicht en met directe begeleiding verrichten.
Zie ook
Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E)
Uitzendkrachten hebben geen dienstverband bij de werkgever die hen inhuurt. Het inlenende bedrijf en het uitzendbureau hebben elk een verantwoordelijkheid voor de gezondheid en veiligheid van uitzendkrachten die zij inhuren. Het bedrijf waar de uitzendkracht het werk verricht, heeft volgens de Arbowet de grootste verantwoordelijkheid.
Een uitzendkracht heeft geen dienstverband bij de werkgever (het inlenende bedrijf), maar bij het uitzendbureau. De werkgever (het inlenende bedrijf) hoeft de uitzendkracht bij ziekte dus niet te begeleiden of het loon door te betalen. Daar zijn het uitzendbureau en het UWV verantwoordelijk voor.
Verantwoordelijkheid werkgever
In het kader van de veiligheid op de werkplek regelt de Arbowet dat de opdrachtgever is aan te merken als werkgever. De werkgever is dan ook voor het grootste deel verantwoordelijk voor de gezondheid van de opdrachtnemer tijdens het werk en veiligheid op de werkplek. Het uitzendbureau heeft hier echter ook een verantwoordelijkheid. Het is verplicht de uitzendkracht te informeren over de risico’s die hij loopt op de werkplek. De inlenende werkgever is verplicht om vooraf de RI&E, of het deel dat voor de uitzendkracht relevant is, aan het uitzendbureau sturen.
eer informatie kun je vinden op doorzaam.nl.
Vrijwilliger
Vrijwilligers hebben net als werknemers in loondienst recht op veilige en gezonde werkomstandigheden. Hoewel de Arbowet sinds 1 januari 2007 niet meer volledig van toepassing is op vrijwilligers, gelden nog steeds voorschriften als het werk ernstige risico’s met zich meebrengt.
RI&E
De Arbowet maakt geen onderscheid tussen werknemers in loondienst en vrijwilligers als er binnen een organisatie of bedrijf gewerkt wordt met biologische agentia of gevaarlijke stoffen als asbest, springstoffen, vluchtige stoffen en micro-organismen. In zo’n geval is een RI&E altijd verplicht, net als wanneer er binnen een organisatie wordt verbouwd.
Arbovoorschriften
In andere situaties is een RI&E voor de vrijwilliger niet nodig, maar er zijn wel een aantal arbovoorschriften van toepassing. Bijvoorbeeld bij:
-
-
-
- werken op hoogte;
- grote fysieke belasting;
- risico op gehoorbeschadiging;
- werken in een zeer koude of hete omgeving.
-
-
In deze gevallen moeten werkgevers beschermings- of hulpmiddelen uitdelen of aanbrengen. Bijvoorbeeld leuningen of vangnetten, een steekwagentje of oordoppen of oorkappen.
Aanvullende voorschriften zwangeren en jeugdigen
Voor zwangere en jeugdige (jonger dan 18) vrijwilligers bestaat een aantal aanvullende voorschriften, die gelden boven de algemene bepalingen voor vrijwilligers. Zij mogen niet worden blootgesteld aan een aantal gevaarlijke stoffen. Jongeren moeten in risicovolle werkomstandigheden altijd begeleiding krijgen. Zwangere vrouwen en jonge moeders die hun baby borstvoeding geven, moeten voldoende gelegenheid hebben om te kolven.
Voorlichting over veiligheid
Bij het creëren van een veilige werkomgeving speelt voorlichting een grote rol. Vrijwilligers moeten goed op de hoogte zijn van eventuele risico’s en weten hoe zij moeten omgaan met de beschikbare hulp- en beschermingsmiddelen.
Zelfstandige ondernemers zonder personeel (zzp)
Zelfstandige ondernemers zonder personeel (zzp’ers) zijn niet in dienst van een bedrijf. Toch geldt ook voor hen een aantal arboregels die hun eigen veiligheid en die van derden moeten waarborgen.
Freelancer of zzp’er?
Voor zelfstandige ondernemers zijn verschillende benamingen in omloop. De meest gangbare zijn freelancers, zzp’ers of zelfstandigen. Ook de term éénpitter wordt wel gebruikt. Waar het in alle gevallen op neerkomt, is dat ze eigen baas zijn en geen personeel in dienst hebben.
Hoewel een zzp’er niet officieel in dienst is bij een bedrijf, kan het voorkomen dat hij door de Nederlandse Arbeidsinspectie als werknemer wordt gezien. Dat geldt als hij ‘onder gezag’ werkt. Dan is alle Arboregelgeving van toepassing.
Voor iedereen die werkt, gelden in Nederland sinds 2007 dezelfde regels voor alle werkzaamheden met levensbedreigende risico’s, welke gezagsverhouding er ook is. Dit betekent dat de Nederlandse Arbeidsinspectie ook zzp’ers kan aanspreken op overtreding van die regels en boetes kan opleggen.
Veranderingen in arboverplichtingen voor zzp’ers
Sinds 1 juli 2012 zijn de Arboverplichtingen voor zelfstandigen zonder personeel aangepast. Tot dan toe golden alleen regels voor ernstige risico’s en gevaar voor derden, maar in de nieuwe situatie gelden voor zzp’ers alle regels waarin maatregelen worden voorgeschreven om arbeidsrisico’s te voorkomen of beperken. De extra regels in het Arbobesluit betreffen bijvoorbeeld risico’s als tillen, lawaai en trillingen. Dit heeft als grootste gevolg dat zelfstandigen dezelfde bescherming krijgen als werknemers in loondienst op het moment dat zij op dezelfde arbeidsplaats aan het werk zijn. Voor zzp’ers die alleen werken, blijven de regels onveranderd.
Algemene voorschriften
Algemene voorschriften waar de zelfstandige aan moet voldoen, zijn:
-
-
-
- het voorkomen van gevaar voor derden ( artikel 10 Arbowet);
- het zorgen voor de eigen veiligheid en die van andere betrokken personen door zich veilig en verantwoord te gedragen ( artikel 11 Arbowet);
- het vermijden van levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid. Het niet naleven van deze bepaling is een misdrijf ( artikel 32 Arbowet);
- alle bepalingen uit het Arbobesluit die te maken hebben met het treffen van maatregelen om een ernstig arbeidsrisico te beperken of te vermijden;
- alle bepalingen uit het Arbobesluit die te maken hebben met het treffen van maatregelen om andere arbeidsrisico’s te beperken of te vermijden, dit geldt niet als een zelfstandige alleen werkt.
-
-
Voor zelfstandigen gelden geen systeemverplichtingen, zoals de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Hierdoor heeft de zelfstandige minder administratieve lasten.
Aandachtspunten zzp’ers
-
-
-
- Een zelfstandige kan een arbocatalogus van een branche of sector raadplegen om na te gaan welke maatregelen hij kan nemen om veilig te werken. De Arbeidsinspectie zal de arbocatalogus als referentiekader gebruiken bij de handhaving.
- Werkgevers die met zzp’ers werken, moeten hen wijzen op de voorschriften en risico’s die in het bedrijf gelden.
- De Arbeidsinspectie kan ook optreden als zzp’ers de wet overtreden.
-
-
Meer informatie
-
-
-
- zzpveiligwerken.nl: De campagne ‘Zzp Veilig Werken’ helpt de zzp’er de verantwoordelijkheid te nemen voor zijn eigen veiligheid en die van derden. De mobiele website (dus uitermate geschikt om te bekijken op je smartphone) biedt zzp’ers materiaal waar ze direct mee aan de slag kunnen: een test, een checklist, filmpjes en een verzameling van nuttige links.
- Checklist Zzp Veilig Werken: Deze checklist laat de zzp’er snel zien hoe hij of zij kan zorgen voor veilige arbeidsomstandigheden.
-
-

