Fysische factoren
De ruimte en omgeving waarin werknemers werken en de apparatuur die ze gebruiken kunnen effect hebben op het lichaam. Op en koude of vochtige werkplek is het niet prettig werken en dit kan gezondheidsklachten veroorzaken. Net als een te warme werkplek of een ruimte waar weinig daglicht binnenkomt. Ook andere omgevingsfactoren kunnen schadelijk zijn voor het lichaam. Bijvoorbeeld machines die te veel lawaai produceren of een bepaald soort straling afgeven. Dit zijn zogenaamde fysische factoren.
Werkgevers moeten precies weten wat de mogelijke risico’s zijn en daar hun arbobeleid op aanpassen. Voor werknemers is het belangrijk dat ze weten wat de risico’s zijn van fysische factoren tijdens hun dagelijkse werkzaamheden. De onderwerpen gaan verder in op fysische factoren.
Meer weten?
Heeft u vragen over de producten en/of diensten van 247veiligwerken? Stel uw vraag op dit formulier. Afhankelijk van uw vraag, krijgt u binnen 24 uur een reactie.
Wilt u direct een medewerker spreken? Stel dan uw vraag via WhatsApp: 06 5122 8460. Dat kan 7 dagen in de week. Tussen 9.00 uur en 20.00 uur.
Buiten werken: zon en huid
De zon voelt fijn en warm, je gaat je er prettig door voelen en zonlicht maakt vitamine D aan in je huid. Dat is mooi, maar je moet ook oppassen voor te veel zon. Schadelijke effecten van de zon kunnen we grotendeels beperken door ons gedrag in onze vrije tijd, maar ook op de werkvloer aan te passen.
Huidkanker en staar
Verbranding door de zon is de eerste reactie van de huid die weliswaar vrij snel overgaat, maar zonverbrandingen en overmatige zonblootstelling kunnen op langere termijn leiden tot huidkanker. Jaarlijks wordt bij circa 70.000 mensen in Nederland huidkanker geconstateerd. Het is daarmee de meest voorkomende kanker in Nederland, waaraan jaarlijks zo’n 900 mensen overlijden. Na correctie voor de vergrijzing laten de cijfers zien dat de diagnose huidkanker nu tweemaal vaker wordt gesteld dan in 1990.
Het risico voor huidkanker is aanzienlijk hoger voor mensen met een licht huidtype. Op de website van KWF-kankerbestrijding is via de huidtypetest na te gaan wat voor huidtype je hebt.
De ultraviolette straling (UV-straling) in het zonlicht is ook schadelijk voor de ogen: het veroorzaakt staar, een vertroebeling van de ooglens, waardoor de kleurwaarneming en het zicht verminderen. Zonder behandeling kan op den duur het gezichtsvermogen verloren gaan.
Zonkracht
De intensiteit van de UV-straling van de zon die de aarde bereikt, wordt uitgedrukt in zonkracht: een maat voor hoe snel je huid verbrandt. De zonkracht neemt toe naarmate de zon hoger aan de hemel staat. In voorjaar en zomer is de zonkracht dus groter dan in de herfst en winter. En midden op de dag is de zonkracht weer groter dan vroeg in de ochtend of laat in de middag. De zonkracht is ook afhankelijk van wolken, vocht of stof in de atmosfeer.
Meer warmte betekent niet automatisch meer zonkracht. Op een koele zonnige lentedag kan de zonkracht zelfs sterker zijn dan op een warme zomerdag. En de zonkracht is bij bewolkte hemel altijd nog de helft van die bij heldere hemel. Op de website van het RIVM wordt elke 12 minuten de actuele zonkracht vermeld. Bij kans op zonkracht 3 of hoger is het verstandig beschermingsmaatregelen te treffen tegen de zonnestraling. Dit is gedurende het hele voorjaar en de zomer van 9 uur ’s ochtends tot 6 uur ’s avonds. Bij kans op zonkracht 5 is het goed om aanvullende beschermingsmaatregelen te nemen. Dit is van mei tot en met augustus van 11 uur ’s ochtends tot 5 uur ’s avonds.
Buitenwerkers: risicogroep voor huidkanker
Buitenwerkers krijgen per jaar een ongeveer drie keer hogere UV-dosis dan binnenwerkers. Dat leidt tot vijf keer meer kans om bepaalde soorten (vooral niet-melanoom) huidkanker te krijgen dan mensen die binnen werken. In de praktijk gaat het vooral om schilders, bouwvakkers, wegwerkers, schippers, vervoer en transport, professionele sporters, gymdocenten, postbodes, marktkooplui, reinigingsdiensten en werknemers in de land- en tuinbouw.
Preventieve maatregelen
Preventie op de werkplek richt zich op vermindering van zonblootstelling en bescherming van de huid. Bewustwording over risico’s en het belang van beschermende maatregelen onder zowel werkgevers als werknemers is hierbij essentieel. Daarnaast kan er ook gedacht worden aan vroege signalering van huidkanker door zelfonderzoek of in het kader van periodiek medisch onderzoek onder risicogroepen.
Hieronder staan enkele aanbevelingen voor werkgevers om gezondheidsrisico’s door zonlicht op het werk te beperken voor hun werknemers:
- Tref voor buitenwerkers die aan UV-straling worden blootgesteld technische, organisatorische en persoonlijke beschermings- en preventiemaatregelen. Neem deze maatregelen op in het plan van aanpak (op basis van de risico-inventarisatie en -evaluatie).
- Zorg voor schaduwplekken op plaatsen waar gewerkt wordt en bij pauzeruimten.
- Organiseer de werkuren en pauzes zodanig dat de werknemers zo min mogelijk in de zon werken op de momenten waarop de zon het krachtigst is (tussen 12 en 3 uur ’s middags zomertijd).
- Informeer buitenwerkers over UV-straling, de gezondheidsrisico’s ervan en de mogelijke beschermingsmaatregelen. Attendeer ze erop dat de zonkracht vrij sterk kan zijn, ook op de bewolkte dagen of in de schaduw.
- Zorg voor een positieve werksfeer op de werkplek over UV-bescherming, waarbij het normaal is dat je elkaar helpt en aanspreekt, net zoals wanneer iemand zijn veiligheidshelm is vergeten op te zetten.
- Verstrek op de werkplek middelen die nodig zijn voor bescherming tegen UV-straling: hoofdbescherming (met rand en nekbescherming), zonnebril (met CE-markering), UV-beschermende kleding met lange mouwen en pijpen.
Verder staan hieronder preventieve maatregelen die werknemers zelf kunnen treffen om gezondheidsrisico’s door zonlicht op het werk te minimaliseren:
- Smeer delen van de huid die niet door kleding bedekt kunnen worden (handen, nek, gezicht) goed in met zonnebrandcrème liefst een half uur voordat je naar buiten gaat. In Nederland is minimaal beschermingsfactor 30 noodzakelijk en herhaling na elke 2 uur, zelfs vaker bij transpireren. Gebruik crème met een goed UVA-filter. Let op: zonnebrandcrème houdt de UV-straling niet volledig tegen, dus verminder de zonblootstelling waar mogelijk.
- Controleer het lichaam regelmatig op verdachte plekjes op de huid en meld de veranderingen bij de bedrijfsarts of huisarts. De meeste vormen van huidkanker zijn bij ontdekking in een vroeg stadium goed te genezen.
Elektromagnetische velden
Overal waar sprake is van elektrische stroom of zendsignalen ontstaan elektromagnetische velden. Bij huishoudelijke apparatuur waarbij relatief kleine elektromotoren, transformatoren of zenders worden toegepast (zoals mixers en computers) is de sterkte van deze elektromagnetische velden te laag om bekende effecten op de gezondheid te veroorzaken.
In de buurt van sommige bronnen kunnen de elektromagnetische velden leiden tot gezondheidseffecten. Wie hier in zijn werk mee te maken heeft moet daarom de juiste voorschriften in acht nemen.
Elektromagnetische velden kunnen gevolgen hebben voor de gezondheid van werknemers. De mate waarin en manier waarop is afhankelijk van de frequentie en de veldsterkte. Als de velden sterk genoeg zijn, ontstaan elektrische stroompjes die tintelingen of pijn kunnen veroorzaken, of neemt het lichaam energie op waardoor het opwarmt. Een te sterke stijging van de lichaamstemperatuur kan leiden tot schadelijke gezondheidseffecten.
Elektromagnetische velden die zwakker zijn dan de wettelijke blootstellinglimieten hebben deze effecten niet en er is ook geen bewijs dat deze lage veldsterkte op lange termijn tot gezondheidsschade leidt. Zodra de blootstelling ophoudt, houden de effecten ook op. Wel kunnen elektromagnetische velden ook onder deze blootstellingslimieten gevolgen hebben voor de gezondheid en veiligheid van werknemers met een verhoogd risico. Dit geldt bijvoorbeeld voor werknemers met een medisch hulpmiddel zoals een pacemaker.
Risicoberoepen
Sterke elektromagnetische velden zijn onder andere te vinden binnen hoogspanningsstations en transformatorhuisjes, of in de buurt van zendinstallaties en bepaalde ziekenhuisapparatuur zoals een MRI-scanner. Ook bij elektrisch lassen en industriële verwarmingstechnieken heeft men te maken met sterke elektromagnetische velden.
Werknemers die met deze bronnen werken kunnen gezondheidsschade ondervinden als niet de juiste maatregelen worden getroffen. Het gaat bijvoorbeeld om elektromonteurs, lassers en medisch personeel.
Nederlandse praktijkgids ‘Elektromagnetische velden in arbeidssituaties’
Voor Nederlandse bedrijven is de gids Elektromagnetische velden in arbeidssituaties opgesteld. Deze is in eerste instantie bedoeld voor werkgevers die willen bepalen of er voor hun werknemers risico’s van elektromagnetische velden in de werkomgeving kunnen zijn. Daarnaast kan deze gids nuttig zijn voor geïnteresseerde werknemers en voor preventiemedewerkers en arbodeskundigen, zoals arbeidshygiënisten, veiligheidsdeskundigen en bedrijfsartsen. De gids geeft een beknopte uitleg over de aard en de risico’s van elektromagnetische velden, de inpassing van de risicobeoordeling en maatregelen in de Nederlandse wet- en regelgeving en een overzicht van de werkomgevingen waarin relatief sterke elektromagnetische velden kunnen voorkomen. Deze gids kan werkgevers een snelle indicatie geven of er een uitgebreidere inventarisatie en evaluatie van de risico’s van elektromagnetische velden nodig is. Voor werkomgevingen waar dat het geval is, verwijst deze gids naar meer gedetailleerde bronnen van informatie en zegt deze iets over de bruikbaarheid van oudere documenten en richtsnoeren.
Europese gidsen
Ter ondersteuning van het proces van Risico-Inventarisatie en –Evaluatie (RI&E) heeft de Europese Commissie een gids met goede praktijken bij richtlijn 2013/35/EU laten opstellen. De definitieve Nederlandstalige versie bestaat uit de volgende delen:
Naast bovengenoemde delen is er ook de ‘Niet-bindende gids van goede praktijken voor de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2013/35/EU – Elektromagnetische velden – Gids voor het mkb (11/11/2015)’. De Nederlandse praktijkgids vervult dezelfde functie, maar is toegespitst op de Nederlandse situatie. Het advies is dan ook om van de bovengenoemde Nederlandse praktijkgids uit te gaan en niet van de ‘Niet-bindende gids van goede praktijken voor de tenuitvoerlegging van Richtlijn 2013/35/EU – Elektromagnetische velden – Gids voor het mkb (11/11/2015)’.
Europese gidsen
Het RIVM heeft een aparte webpagina ‘Elektromagnetische velden op het werk’. Hierop is meer informatie te vinden over bronnen en risico’s, wet- en regelgeving en wetenschappelijk onderzoek over elektromagnetische velden. Het RIVM heeft daarnaast een webpagina met beeldmateriaal dat werkgevers en professionals kunnen gebruiken bij het voorlichten van werknemers over de eigenschappen en risico’s van elektromagnetische velden.
Het Antennebureau heeft een aparte webpagina over elektromagnetische velden van antennes en gezondheid. Daarop wordt verwezen naar informatie over veilig werken bij antennes. Werkgevers kunnen via het Antennebureau zien waar antennes staan en welke frequenties en vermogens worden gebruikt. Dit is vastgelegd in het Antenneregister. Verder beantwoordt het Antennebureau algemene vragen over antennes per e-mail en telefoon.
Zie ook
Ioniserende straling
Ioniserende straling is een energierijke straling die atomen kan veranderen. Blootstelling aan ioniserende straling kan door deze eigenschap ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid. Deze straling wordt uitgezonden door radioactieve stoffen of ioniserende straling uitzendende toestellen.
Ioniserende straling kennen we vooral binnen de gezondheidszorg, waar het gebruikt wordt voor het maken van röntgenfoto’s of het behandelen van kankerpatiënten. Het wordt ook toegepast in bepaalde meetapparatuur. Het kan schade brengen aan weefsel en DNA waardoor er, onder andere, een verhoogd risico op kanker ontstaat. Werken met deze straling is daarom aan strikte regels gebonden.
Ioniserende straling mag alleen worden ingezet als er geen andere middelen beschikbaar zijn en als de voordelen van het gebruik voor mens en maatschappij groter zijn dan de nadelen. In dat geval spreken we van een ‘gerechtvaardigde toepassing’.
Zie ook
- Wat zegt de wet over ioniserende straling?
- Verplichtingen voor de werkgever bij het werken met ioniserende straling
- Verplichtingen richting externe werknemers
- Opleiding van medewerkers
- Gezondheidskundig toezicht
- Werken met dosislimieten
- Werken in de luchtvaart
- Werken met radon
- Meer informatie en nuttige links
Lawaai op het werk
Te veel geluid op het werk kan het gehoor beschadigen. Zo erg dat het kan leiden tot lawaaislechthorendheid. Dit is een gehoorbeschadiging die niet meer geneest. Om werkenden te beschermen tegen lawaaislechthorendheid moeten werkgevers de plaatsen en werkzaamheden inventariseren waar dit gevaar zich voordoet en maatregelen treffen. Vanzelfsprekend moet de effectiviteit van de maatregelen ook worden gecontroleerd.
Geluid ontstaat door snelle luchtdrukverschillen. Als die luchtdrukverschillen heel erg groot zijn, kan dit het oor beschadigen. Blootstelling aan een grote en harde geluidsdosis leidt tot tijdelijke gehoorvermindering, oorsuizen of het horen van een pieptoon.
Bij incidentele blootstelling herstelt het gehoor meestal. Maar bij regelmatige blootstelling aan een grote dosis ontstaat een blijvende gehoorschade. Deze schade ontstaat meestal geleidelijk, maar kan ook acuut optreden. Bij een geleidelijk optredende gehoorschade is het vaak de omgeving die schade bij jou opmerkt.
Symptomen van gehoorschade
Gehoorschade kun je als volgt herkennen. Iemand:
- gaat vaak harder praten;
- zet het geluid van tv en radio harder;
- hoort geen hoge tonen of zachte geluiden meer;
- heeft moeite met telefoneren;
- heeft moeite met het voeren van een gesprek in een rumoerige omgeving;
- hoort soms fluit-, piep- of bromtonen.
Veel geluid vergroot niet alleen de kans op gehoorschade, maar kan in sommige gevallen ook leiden tot een verhoogde bloeddruk, stress, concentratiestoornissen en vermoeidheid. Bovendien neemt de kans op ongevallen toe doordat bijvoorbeeld waarschuwingssignalen niet worden gehoord. Verder kan het niet goed horen van instructies grote gevolgen hebben, bijvoorbeeld bij de verzorging van patiënten. Een verbeterde geluidsomgeving kan bijdragen aan de kwaliteit van leven, het functioneren en de productiviteit. Bovendien kan het voortijdige uitval voorkomen. Als hinderlijk geluid een risico is op de werkvloer, moet de werkgever dit opnemen in de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).
Beroepen met grote kans op gehoorschade
Werknemers in de volgende beroepen hebben veel te maken hebben met hoge geluidsniveaus: hout- en metaalbewerkers, bouwvakkers, vrachtwagenchauffeurs, defensiepersoneel, politieagenten, boeren, dj’s en musici (leden van orkesten). Ook op minder voor de hand liggende werkplekken komt soms schadelijk geluid voor. Zoals in zwembaden, gymzalen, recreatiecentra en kinderdagverblijven.
Zie ook
Licht op het werk
In bijna elk beroep is goed licht een noodzakelijke voorwaarde. Licht is nodig om werk goed uit te voeren. Voldoende licht zorgt ervoor dat je ziet wat je doet. Daarmee voorkom je ongelukken op het werk. Als een werkplek onvoldoende verlicht is, kan dit tot gevaarlijke situaties leiden.
Licht stimuleert ook een aantal belangrijke processen in ons lichaam, zoals de aanmaak van vitamines. Bovendien geeft licht ons een fitter en aangenamer gevoel. Dat geldt met name voor natuurlijk daglicht dat door de zon wordt geproduceerd.
Risico’s van onvoldoende licht op het werk
- Veiligheid: Zonder licht vinden we het lastig om ons te oriënteren in een ruimte. Ook kun je niet goed zien wat je doet. Onvoldoende licht kan daardoor leiden tot gevaarlijke situaties. Werknemers die met gevaarlijke machines werken, moeten hun handelen goed kunnen zien. Ook moeten donkere paden of traptreden verlicht zijn om vallen of struikelen te voorkomen.
- Bioritme: Licht zorgt er niet alleen voor dat we beter kunnen zien. Het is ook goed voor het functioneren van ons lichaam. Ons bioritme wordt in grote mate gestimuleerd door licht. Dit ritme speelt een grote rol in ons slaap- en eetpatroon, maar is ook medebepalend voor onze lichaamstemperatuur, leerprestaties en stemmingen. Te weinig licht kan het lichamelijk proces dus ook nadelig beïnvloeden. Zo kan gebrek aan licht leiden tot gezondheidsklachten, slaapstoornissen, stress, concentratiestoornissen, somberheid en zelfs tot depressie. Het is niet voor niets dat mensen in de donkere maanden van het jaar sneller ongelukkig zijn en sneller last krijgen van een zogeheten winterdepressie. Ouderen kunnen extra last hebben van weinig licht omdat er door vertroebeling van de ooglenzen minder licht binnen kan komen. Soms wel vijf keer minder dan bij jonge mensen. Hierdoor kan een oudere werknemer die verder gezond is, door gebrekkig licht toch sneller moe worden.
- Nachtdiensten: Als werknemers op onregelmatige en onnatuurlijke tijdstippen aan licht worden blootgesteld, kan dit het bioritme ontregelen. Dit geldt bijvoorbeeld voor mensen die regelmatig nachtdiensten hebben en dus ’s nachts werken. Zij kunnen bij langdurig nachtwerk slaapstoornissen ontwikkelen en gezondheidsklachten krijgen. Zie ook Nachtwerk | RIVM.
- Dag- en kunstlicht: Daglicht verandert voortdurend van intensiteit, richting en kleur en dat werkt stimulerend voor ons bioritme. Daarnaast helpt daglicht bij de aanmaak van verschillende vitamines in ons lichaam. Kunstlicht is daarentegen monotoon en heeft een lagere intensiteit dan daglicht, waardoor het een stuk minder effect heeft op ons lichaam.
Nadelen daglicht
Daglicht kan er ook voor zorgen dat we ons werk minder goed kunnen doen. Fel zonlicht kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat een beeldscherm minder goed leesbaar is. Mensen die veel buiten werken, kunnen ook nadelige gevolgen ondervinden. Jezelf te lang blootstellen aan de uv-stralingen van de zon is namelijk schadelijk voor de huid.
Zie ook
Luchtverversing
Zonder dat je het ziet kan de lucht op het werk van slechte kwaliteit zijn en daarmee voor veel klachten zorgen. Dit kan ook komen door een laag zuurstofgehalte door het ademen van mensen. Luchtverversing is daarom erg belangrijk.
De mens als vervuiler
Lucht op de werkplek wijkt vaak af van buitenlucht. Op de werkplek kunnen de concentraties van stoffen, gassen en dampen door werkprocessen veel hoger liggen, zonder dat dit te zien of te ruiken is. Bovendien zorgen mensen op de werkplek voor een toename van uitgeademde lucht en voor stofdeeltjes in de lucht vanwege kleding en de slijtage van huishoudelijk textiel en vloerbedekking. Op elke werkplek is het daarom van belang dat de vuile lucht wordt vervangen door verse lucht. Het filteren van de vuile lucht biedt meestal geen oplossing vanwege de gassen. Daarom ligt ventileren met buitenlucht voor de hand.
Vuile lucht ontstaat door:
- opname van stofdeeltjes van kleding en vloerbedekking;
- het ademen van mensen;
- uitstoot van kantoorapparatuur zoals printers, faxen en kopieerapparaten;
- micro-organismen zoals schimmels en bacteriën doordat de lucht vochtig is;
- stoffen die tijdens werkprocessen vrijkomen.
Gezondheidsklachten door vuile lucht
Vervuilde lucht kan leiden tot een groot aantal gezondheidsklachten. Veelvoorkomende klachten zijn:
- last van de luchtwegen/astma;
- irritatie aan de ogen en huid;
- het optreden van allergische reacties;
- hoofdpijn;
- concentratieproblemen.
Als deze klachten bij veel mensen in hetzelfde kantoorcomplex voorkomen en duidelijk gerelateerd zijn aan het gebouw, spreekt men ook wel van een sick-building-syndrome.
De Arbowet en luchtverversing
De eisen die aan de luchtkwaliteit op de arbeidsplaats worden gesteld staan in het Arbobesluit (artikel 6.2.: luchtverversing).
- Op de arbeidsplaats is voldoende niet-verontreinigde lucht aanwezig.
- Luchtverversingsinstallaties zijn altijd bedrijfsklaar.
- Luchtverversingsinstallaties functioneren zodanig dat werknemers niet aan hinderlijke tocht worden blootgesteld.
- Luchtverversingsinstallaties zijn voorzien van een controlesysteem dat storingen in de installatie signaleert voor zover dat noodzakelijk is voor de gezondheid van de werknemers.
Luchtverversing mag zowel via de mechanische manier (ventilator) als via de natuurlijke weg plaatsvinden (tocht). Een open raam biedt zelden ventilatie als de ruimte aan de tegenovergestelde wand geen luchtdrukverschil heeft. Bij lokale verwarming is vrijwel altijd ventilatie aanwezig vanwege het feit dat warme lucht opstijgt. (Schone) koude lucht kan vervolgens de plaats innemen van de warme lucht die via het plafond de ruimte kan verlaten. Op deze wijze vindt ook ventilatie plaats.
Gangbare adviezen luchtverversing
In kantoorruimten wordt geadviseerd om een minimale luchtverversing van 30 m³/uur per persoon te hanteren bij licht fysiek inspannende werkzaamheden en 50 m³/uur bij fysiek zwaarder inspannende werkzaamheden. Voor scholen adviseert de GG&GD een minimale luchtverversing van 40 m³/uur en liever nog 50 m³/uur. Het gaat hier immers om mensen in de groei. Ook heeft een vervuilde lucht een mogelijk negatief effect op de schoolprestaties. Bij industriële werkplekken zal 50 m³/uur ruim voldoende zijn. Vanwege allerlei processen zal de ventilatie berekend moeten worden met als uitgangspunt alle mogelijke vormen van verontreiniging.
Luchtverversing mag nooit leiden tot hinderlijke tocht. Tocht wordt volgens de normen als hinderlijk ervaren zodra de luchtsnelheid boven de 0,15 m/s komt (in de zomer mag dit 0,25 m/s zijn). Beter is de tocht niet boven de 0,1 m/s te laten komen.
Maatregelen voor luchtverversing:
- Installeer een efficiënt ventilatiesysteem.
- Vervang stoffilters in het ventilatiesysteem regelmatig en maak de kanalen schoon.
- Plaats printers, faxen en kopieerapparaten die meer dan 5000 kopieën per maand produceren in een aparte ruimte met voldoende ventilatie. Als er meer dan 50.000 afdrukken worden gemaakt, dan is plaatsing in een repro-ruimte en bronafzuiging nodig (aldus Arbo-informatieblad nr. 7: kantoren).
Naast luchtverversing is het ook belangrijk om de werkplek regelmatig te reinigen. Een schone werkplek verbetert de luchtkwaliteit. Neem daarom de volgende maatregelen:
- Zorg ervoor dat de werkplek regelmatig wordt schoongemaakt.
- Hou het bureau zo leeg mogelijk (clean desk policy) zodat stof afgenomen kan worden.
- Maak gebruik van dichte kasten.
- Gebruik gladde vloerbedekking die makkelijk te reinigen is.
Luchtvochtigheid op het werk
Werken in een vochtige omgeving kan leiden tot gezondheidsklachten aan de luchtwegen en huidirritaties veroorzaken. Maar een te lage luchtvochtigheid is ook niet prettig om in te werken.
Gezondheidsklachten door vocht
Een vochtige omgeving bevordert de groei van schimmels en micro-organismen. Dit kan leiden tot allergische reacties, hoofdpijn, benauwdheid, hoesten en chronische neusverkoudheid.
Langdurig of veelvuldig vocht op de huid kan de beschermende werking aantasten, wat de werking van irriterende stoffen kan verergeren. Werknemers kunnen daardoor sneller last krijgen van huidirritaties, zoals (allergisch) eczeem.
Vocht in combinatie met hitte is ook niet gunstig voor het lichaam. Dit kan leiden tot klachten aan hart- en bloedvaten, omdat het lichaam de warmte niet kan kwijtraken via zweten of koelen. Er kunnen door deze combinatie ook huidaandoeningen ontstaan, zoals jeuk en blaasjes.
Te droge lucht ook niet goed
Een vochtige werkplek is dus niet goed, maar een te droge lucht is ook niet prettig om in te werken. Het lichaam kan dan ongemerkt veel vocht kwijtraken. En vaak zijn het de slijmvliezen in de neus en op de lippen die verstoord worden in hun normale werking. Bij beeldschermwerk of andere werkzaamheden waarbij de oogbol weinig beweegt of de oogleden weinig knipperen, komen vaak oogklachten voor vanwege een gebrek aan vocht. Het is daarom raadzaam om de luchtvochtigheid in een ruimte goed te regelen.
Luchtvochtigheid
Over het algemeen wordt een relatieve luchtvochtigheid tussen de 30% en 70% als behaaglijk ervaren. De moeilijkheid bij het regelen van de luchtvochtigheid is dat de hoeveelheid vocht in de lucht altijd relatief is.
Van nature warme lucht kan meer vocht bevatten dan koude lucht. Vandaar dat koude lucht die verwarmd wordt (als de verwarming aan gaat in de winter) meestal zeer droog is en een relatief vochtigheidspercentage heeft dat ver beneden de 45% ligt. Dit wordt vaak als oncomfortabel ervaren. Vooral een kantoorinrichting met veel katoenen of onbewerkt hout of beton of waarin veel papier ligt opgeslagen, kan veel vocht absorberen voordat het in de lucht terechtkomt.
Op koude oppervlakken (koude ramen of leidingen) zal vochtige lucht condenseren en bestaat de kans dat druppelvorming wat natte oppervlakken achterlaat.
Zie ook
Optische straling
Er zijn verschillende soorten optische straling: ultraviolette straling (uv-straling), zichtbaar licht en infraroodstraling. Daarnaast is er de verdeling in natuurlijke en kunstmatige optische straling.
In natuurlijke optische straling zit naast zichtbaar licht altijd uv- en infraroodstraling. Een voorbeeld van natuurlijke optische straling is zonlicht. Kunstlicht kan meer of minder uv- of infraroodstraling bevatten. Lasers zenden kunstlicht uit dat in sommige gevallen een hoog energieniveau heeft.
Optische straling is niet altijd schadelijk. Alleen als de blootstelling sterk of langdurig is, ontstaan risico’s voor de ogen en huid.
Gezondheidsrisico’s van optische straling
Sterke zichtbare-, infrarood- en uv-straling kunnen het netvlies en hoornvlies van het oog beschadigen:
- Door uv-straling kan het hoornvlies ontsteken en vertroebelen. Dit kan een pijnlijk, branderig gevoel geven. Dit wordt ook wel ‘sneeuwblindheid’ of ‘lasoog’ genoemd.
- Als je lange tijd in aanraking komt met infrarood- en uv-straling kan staar ontstaan. Dit is een vertroebeling van de ooglens.
- Zichtbare of infraroodlaserstraling kan door de ooglens nog eens extra geconcentreerd worden en het netvlies onherstelbaar beschadigen, waardoor blindheid ontstaat.
- Infraroodstraling kan het lichaam te veel opwarmen en de huid verbranden.
- Uv-straling kan de huid verbranden en op de lange termijn kan dit de huid verouderen en tot een verhoogde kans op huidkanker leiden.
- Een laserbundel die uv- of infraroodstraling uitzendt, kan het hoornvlies beschadigen of staar veroorzaken. Laserstraling kan de huid lokaal verbranden en beschadigen.
Het is daarom belangrijk om blootstelling aan optische straling te beperken. Als het toch gebeurt, is goede bescherming belangrijk.
Risicoberoepen
Kunstmatige optische straling komt op veel werkplekken voor.
- bij booglassen;
- bij het gebruik van speciale lampen voor drogen, uitharden of ontsmetting.
Sterke laserstraling komt voor:
- in de industrie, bij het bewerken van materialen;
- in ziekenhuizen bij medische en cosmetische ingrepen.
Infrarode straling komt voor;
- bij het smelten, gieten, walsen of spuiten van metaal of glas.
Werkgevers bij wie zulke apparaten of processen voorkomen, moeten de risico’s ervan bekijken en beoordelen. Ook moeten zij maatregelen treffen om te voorkomen dat mensen in aanraking komen met optische straling. Als het niet kan worden voorkomen, moet het zoveel mogelijk worden verminderd. Daarnaast moet de werkgever aan de werkenden laten weten dat zij met optische straling in aanraking komen.
Zie ook
Tocht
Ventilatie betekent dat lucht in beweging is. Als de beweging van lucht binnenshuis te groot wordt, dan spreken we over hinderlijke tocht. Werkgevers moeten zorgen voor de juiste ventilatie en daarbij proberen tocht zoveel mogelijk te beperken.
Stijve spieren
Tocht wordt als hinderlijk ervaren bij een luchtverplaatsing van meer dan 0,15 m/s in de winter en 0,25 m/s in de zomer. Luchtverplaatsing of tocht is in de zomer immers meestal veel acceptabeler doordat de waterdamp op het lichaam (= zweet) dan sneller verdampt en de huid hierdoor koelt.
Tocht kan ontstaan bij te sterke ventilatie. Ventileren met koude en vooral droge lucht kan zelfs zeer hinderlijk zijn. Tocht kan ook voorkomen bij deuren die openstaan of bij slecht sluitende kozijnen. Vaak is tocht voelbaar doordat koude lucht langs ongeïsoleerde ramen naar beneden ‘valt’. Veel mensen blijken naarmate ze ouder worden tocht beter te kunnen waarnemen in de nek en op de blote schouders/bovenarmen.
Richtlijnen ventilatie
Werkgevers moeten altijd voorkomen dat hun personeel last heeft van een te warm of te koud binnenklimaat. Tocht is één van de vier factoren die bepaalt hoe het binnenklimaat ervaren wordt. Specifiek zegt het Arbobesluit artikel 6.2 over tocht dat “luchtverversingsinstallaties zodanig moeten functioneren dat werknemers niet aan hinderlijke tocht worden blootgesteld”.
Soms is het onvermijdelijk dat werknemers op een tochtige plek werken, bijvoorbeeld in loodsen waar de deur vaak opengaat. Werkgevers moeten in dat geval zorgen voor beschermende kleding om discomfort te voorkomen.
Tocht voorkomen
De volgende aandachtspunten helpen om tocht op de werkplek zo veel mogelijk te beperken:
- Zorg ervoor dat de temperatuur tussen twee aansluitende ruimtes niet veel verschilt.
- Laat werkplekken niet tegen ramen aansluiten en zeker niet als er geen isolerend glas is.
- Bevestig tochtstrips op deuren en ramen die niet goed sluiten.
- Plaats een extra tochtdeur bij deuren die vaak opengaan (bijvoorbeeld in een winkel).
- Probeer grote deuren die nodig zijn bij transport zo veel mogelijk gesloten te houden.
- Een personendeur in een grote loodsdeur voorkomt dat de grote deur onnodig vaak open staat.
- Als een bureau op de tocht staat, kijk dan of het verplaatst kan worden naar een plek met minder tocht.
Trillingen en schokken
De trillingen van apparatuur en machines werken door op het lichaam, waardoor gezondheidsklachten kunnen ontstaan aan de rug, schouders en armen. Naar schatting ondervindt één op de zes werknemers mechanische trillingen op het werk. Met name in de sectoren bouw, transport, industrie, landbouw, bosbouw en lucht- en zeevaart.
Zie ook
Werken in de kou
Een koude werkplek kan gevolgen hebben voor de gezondheid van werknemers. Ook kan het de prestaties van werknemers negatief beïnvloeden. Werkgevers moeten maatregelen treffen om gezondheidsschade als gevolg van kou te voorkomen.
Een grote groep werknemers werkt in de buitenlucht. Zoals bouwvakkers, stratenmakers, tuinmannen, postbodes, marktkooplieden, politieagenten en werknemers in de agrarische sector. Met name in de winter kunnen zij te maken krijgen met (extreme) kou. Werknemers die in grote tochtige onverwarmde loodsen werken hebben ook last van kou op het werk. Net als werknemers in koel- en vrieshuizen, werknemers in de vis- en vleesverwerking en slagers.
Elke werksituatie is anders. Bespreek je persoonlijke situatie met je werkgever. Je kunt ook advies vragen aan de arbodienst of aan een arbodeskundige. Zij zijn op de hoogte van de geldende wetgeving.
Gezondheidsrisico’s
Werken in de kou kan tot gezondheidsrisico’s leiden. Je lichaam probeert altijd een ‘kerntemperatuur’ aan te houden van 37˚C. Als je inwendige lichaamstemperatuur een halve graad daalt, kunnen lichaamsfuncties verstoord raken. Bij een lichaamstemperatuur van minder dan 35˚C is er sprake van onderkoeling (hypothermie). Uiteindelijk kan er door onderkoeling een hartstilstand optreden. Mensen met een kans op een verminderde doorbloeding hebben sneller last van kou.
Kou leidt ook vaak tot koude vingers en handen en tot koude voeten, oren of neus. Vrouwen zijn hier vaak gevoeliger voor dan mannen. Mensen die lijden aan het fenomeen van Raynaud hebben sneller last van koude vingers. Dit kan voor hen vaak erg pijnlijk zijn. Werken in de kou is voor hen risicovoller.
Gevoelstemperatuur (windchill)
Niet alleen de temperatuur zegt iets over kou, ook de luchtverplaatsing (tocht of wind) speelt een rol. Door luchtverplaatsing koelt een vochtige huid sneller af. Ook kan de wind ervoor zorgen dat de lichaamswarmte die kleding vasthoudt wordt weggeblazen. Hierdoor koelt het lichaam extra af. Daarom is het soms beter om niet over luchttemperatuur te spreken, maar over gevoelstemperatuur (windchill). Op de site van het KNMI lees je hier meer over.
Zie ook
Werken in de warmte of bij hoge temperaturen
Werken bij hoge temperaturen of met hete producten kan leiden tot minder goede prestaties of tot gezondheidsklachten. Daarom is het belangrijk dat werkgevers beoordelen wat de warmte-risico’s zijn op de werkplek om tijdig actie te ondernemen. Ook werknemers hebben een rol in het inschatten van de risico’s.
Heb je advies nodig over een persoonlijke situatie? Bespreek het met je arbodienst of een arbodeskundige. Zij zijn op de hoogte van de geldende wetgeving.
Gezondheidsrisico’s
Er bestaan verschillende gezondheidsrisico’s voor het werken in een warme omgeving. Wil je weten hoe je deze risico’s kunt beperken? Lees de tips en bekijk de handige instrumenten.
- Warmtestuwing: Als je lichaam meer warmte produceert dan er wordt afgevoerd, is er sprake van warmteopslag of ‘warmtestuwing’. Je gaat dan heftig transpireren waardoor je veel vocht verliest en spierkrampen en uitputting het gevolg kunnen zijn. Dit verschijnsel is niet alleen afhankelijk van de omgevingstemperatuur, maar kan ook optreden als het dragen van thermisch isolerende kleding noodzakelijk is en dit niet of op een onjuiste manier wordt gedaan.
- Warmtestraling: Een aparte vorm van belasting kan zich voordoen bij het werken met warmtestraling. Denk aan werken met vloeibaar metaal of vloeibaar glas of bij werken in direct zonlicht. Werken met hete producten kan leiden tot uitdroging of zelfs verbranding van de huid.
- Mindere prestaties en concentraties: Tijdens het werken bij een hoge temperatuur zorgt het lichaam voor een betere doorbloeding van de huid om zo af te koelen: je gaat zweten. Opgewarmde spieren kunnen oververhit raken, waardoor je lichaam minder goed kan presteren. Ook het concentratievermogen zal bij langdurige blootstelling aan warmte (vanaf een uur) verminderen. Door de afgenomen concentratie bestaat er een grotere kans op arbeidsongevallen.
Warmteziektes
- Warmteuitslag: Dit is de lichtste vorm van warmteziekte. Doordat de huid langdurig nat is, raken de zweetklieren verstopt. Hierdoor ontstaan blaasjes die een jeukend en brandend gevoel geven.
- Hittekrampen: Pijnlijke krampen die vooral in de benen en buikspieren ontstaan. Ze ontstaan door een tekort aan vocht en zout in de cellen van de spieren. Deze verliest het lichaam namelijk door veelvuldig zweten.
- Hitte-uitputting: Bij zware inspanning in hoge temperaturen kan het lichaam de bloedvoorziening van de spieren, hersenen en huid moeilijk op peil houden. Als de inspanning stopt, kun je onwel worden omdat de bloeddruk dan snel zakt. Kenmerken hiervan zijn onder andere bleekheid, duizeligheid, hoofdpijn en wankelen.
- Hitteberoerte of zonnesteek: Als hitte-uitputting ernstigere vormen aanneemt, spreken we van een hitteberoerte of zonnesteek. De lichaamstemperatuur kan dan boven de 41˚C komen, waardoor zelfs het zenuwstelsel kan beschadigen. Naast de kenmerken van hitte-uitputting kan iemand met een hitteberoerte ook last hebben van een rode of hete, droge huid, krampen en stuiptrekkingen. Soms toont iemand ook afwijkend gedrag (verward, prikkelbaar, agressief, vergeetachtig, enzovoorts) of verliest iemand het bewustzijn.
Bij gezondheidsklachten vanwege het werk in de warmte is het aan te raden advies in te winnen bij een bedrijfsarts. Ook kun je bij de bedrijfsarts preventief advies inwinnen, zonder dat er sprake is van een ziekmelding.
werken in de zon
Werken in de zon kan de warmtebalans verstoren. Dit doet zich meestal voor bij werknemers die in de buitenlucht werken (zoals wegwerkers, hoveniers of bouwvakkers), maar kan ook voorkomen bij werkzaamheden die binnen achter glas plaatsvinden.
- Buitenwerk: Naast warmtestraling levert de zon ook schadelijke uv-straling die huidziektes (zoals huidkanker) kan veroorzaken. Bovendien kan werken in de zon zonder hoofdbescherming leiden tot een zonnesteek. Lees hier meer over werken in de zon.
- Binnenwerk: Ook in kantoren is het werken bij direct invallend zonlicht af te raden. Enerzijds omdat het zonlicht te veel warmteontwikkeling veroorzaakt en anderzijds omdat de grote hoeveelheid licht kan leiden tot verblinding. Direct invallend zonlicht zorgt ook voor spiegelingen op een beeldscherm en maakt het scherm minder goed leesbaar. Lees hier meer over beeldschermwerk.
Kwetsbare groepen en beroepen
Naar schatting wordt in 12% van alle bedrijven gewerkt onder warme omstandigheden. Bijvoorbeeld in de landbouw, bouwnijverheid en industrie, maar ook bij dienstverlenende beroepen komt het voor. Voorbeelden van beroepen die regelmatig met hitte te maken hebben zijn: bakkers, hoveniers, mijnwerkers, bouwvakkers, arbeiders in de staal- en glasindustrie, brandweerlieden, politieagenten en wegwerkers.
Biologisch gezien hebben vrouwen sneller last van warmte dan mannen. Daarnaast kunnen voor de volgende werknemers warme omstandigheden nog schadelijker zijn:
- Zwangere werknemers
- Werknemers met een slechte conditie
- Werknemers met een hoog vetgehalte
- Werknemers met hart- en vaatziekten
- Werknemers die geneesmiddelen gebruiken

