Inrichting van de arbeidsplaats (werkplek)

De meeste mensen brengen veel tijd door op de werkplek. Daarom is het belangrijk dat de inrichting van de werkplek voldoet aan de juiste veiligheids- en gezondheidseisen. Lees hieronder meer over de inrichting van de werkplek.

Meer weten?

Heeft u vragen over de producten en/of diensten van 247veiligwerken? Stel uw vraag op dit formulier. Afhankelijk van uw vraag, krijgt u binnen 24 uur een reactie.

Wilt u direct een medewerker spreken? Stel dan uw vraag via WhatsApp: 06 5122 8460. Dat kan 7 dagen in de week. Tussen 9.00 uur en 20.00 uur.

Maximaal 5000 tekens. U kunt geen bijlagen opsturen. LET OP: Om uw privacy te beschermen wil 247veiligwerken zo weinig mogelijk persoonsgegevens ontvangen. Stuur daarom alleen informatie die strikt noodzakelijk is. Stuur geen vertrouwelijke gegevens.
Uw gegevens
Wij willen graag uw telefoonnummer tijdens kantooruren weten. Wij kunnen dan telefonisch contact met u opnemen als wij een toelichting op uw vraag nodig hebben of het antwoord op uw vraag mondeling willen toelichten.
Voer hier een geldig e-mailadres in. Bijvoorbeeld: 'naam@domein.nl'.
This field is hidden when viewing the form

Verwerking persoonsgegevens

247Veiligwerken verwerkt die persoonsgegevens die u ons verstrekt bij het stellen van uw vraag, om uw vragen te beantwoorden en u te kunnen bereiken. Wij delen uw gegevens slechts ter beantwoording van uw vragen.

Aanrijdgevaar

Werken aan de weg, het spoor of in een magazijn brengt onder meer aanrijdrisico’s met zich mee. Onder alle omstandigheden zijn daarom veiligheidsmaatregelen nodig om aanrijden te voorkomen.

Veiligheidsmaatregelen

Voor alle werkzaamheden aan weg, spoor of in een magazijn moeten vooraf de aanrijdrisico’s bekend zijn. De medewerkers behoren te weten waar zij aan toe zijn. Die informatie is nodig om de juiste veiligheidsmaatregelen te kunnen treffen en de medewerkers veilig hun werk te laten doen.

Bij werk aan de weg geldt bijna altijd een snelheidsbeperking. Soms kan worden volstaan met voorzieningen als een afzetting met verkeersborden of een rijdende afzetting. De borden en materialen moeten goed onderhouden zijn en stevig staan. Voor werken in het donker of bij regen is extra verlichting een vereiste. Maar ook in het werkvak is er sprake van risico’s.

Risico’s

Alle medewerkers zijn verplicht signaalkleding te dragen die moet voldoen aan de NEN471. Wegbeheerders zoals Rijkswaterstaat kunnen daarbij ook nog speciale eisen stellen aan de achtergrondkleur, de reflectie en de figuratie.

Bij het vaststellen van de veiligheidsmaatregelen moet een aantal risico’s worden beoordeeld, zoals:

  • de afstand tussen het werk en het verkeer, hoe groter de afstand des te minder voorzieningen nodig zijn;
  • de snelheid van het langsrijdende verkeer;
  • het tijdstip waarop het werk wordt uitgevoerd;
  • de duur van het werk;
  • het type weg;
  • alleen werken;
  • lawaai van het werk;
  • mogelijk beperkt gehoor van de wegwerkers. Indien iemand een lawaaibeschadiging aan het gehoor heeft ontstaat het risico dat hij een rijdend voertuig niet op tijd hoort aankomen.

Ernstige ongevallen

Uit onderzoek van TNO blijkt dat één op tien wegwerkers per jaar een bijna-ongeluk ervaring heeft gehad. Per uur doen er zich in Nederland gemiddeld twintig gevaarlijke situaties voor. De meeste aanrijdingen (veertien van de zestien) gebeuren door auto’s van collega’s, één van de risico’s in het werkvak.

Als wegwerkers bij een ernstig ongeval betrokken zijn dan is de werkgever verplicht dat te melden bij de Nederlandse Arbeidsinspectie. Die doet onderzoek naar de oorzaak en kan desgewenst maatregelen treffen. Ook kan de Nederlandse Arbeidsinspectie aan werkgevende organisaties een waarschuwing geven, een boete opleggen of het werk stilleggen.

Spoorwegen

Voor werken aan het spoor gelden speciale richtlijnen die zijn vastgelegd in het Normenkader Veilig Werken (NVM). Bij dit werk mogen bijvoorbeeld in 75 procent van de gevallen geen treinen meer rijden. Bij spooronderhoud geldt dus in principe een buitendienststelling op het traject waar wordt gewerkt.

Alleen werken

Alleen werken op locatie is in sommige functies onvermijdelijk. Denk hierbij aan de Zorg, de Bewaking of het Winkelbedrijf. Werknemers die alleen werken, kunnen niet rekenen op collega’s bij gevaar of een ongeval omdat er niemand anders aanwezig is.

Werknemers die alleen werken neemt de werkgever op in een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). De werkgever beschrijft hierin onder andere welke werknemers waar en wanneer alleen werken. Verder stelt de werkgever vast welke maatregelen en voorzieningen nodig zijn om de risico’s van alleen werken te beperken. Het is belangrijk om hierbij naar alle functies te kijken. Denk daarbij aan werknemers die:

  • in besloten ruimten werken;
  • te maken hebben met kooiladders;
  • omgaan met agressieve personen;
  • werken met gevaarlijke stoffen of perslucht.

Wie mogen alleen werken?

Sommige bedrijven staan alleen werken slechts toe als de leidinggevende daarvoor toestemming geeft. Verder besluit de bedrijfsarts of werknemers met bepaalde ziekten of medicijngebruik alleen mogen werken.

De leidinggevende beoordeelt of de vereiste preventieve maatregelen zijn genomen. Denk aan een handleiding waarin staat wat te doen in verschillende noodsituaties. Dat geeft houvast en voorkomt paniek in crisissituaties. Daarnaast zorgt de leidinggevende voor een goede registratie van wie aanwezig is.

Aandachtspunten

Werkgevers kunnen verschillende maatregelen treffen om de werksituatie van alleenwerkenden veiliger te maken. De medewerker moet:

  • zich snel en makkelijk kunnen beschermen tegen ongewenst of agressief bezoek, of indringers. Dit kan bijvoorbeeld door de toegang te blokkeren.
  • in geval van nood duidelijk hoorbaar alarm kunnen slaan.
  • beschikken over goed werkende communicatieapparatuur, zoals een (mobiele) telefoon of portofoon. Hij of zij moet goede instructies ontvangen vóór het gebruik.

Vrije vluchtwegen

Net zo belangrijk is de mogelijkheid om in geval van nood te kunnen vluchten. Daarvoor kan de werkgever de volgende maatregelen treffen:

  • zorg dat de vluchtroute vrij is;
  • zorg dat sleutels van deuren binnen handbereik zijn;
  • registreer ongelukken of storingen tijdens avond- en nachtdiensten. Koppel dit vervolgens terug aan de leidinggevende. Zo kan je de werkgever goed beoordelen.

Zie ook

Arbeidsplaatsen

Werknemers in Nederland hebben recht op een veilige en gezonde arbeidsplaats. Slecht ingerichte arbeidsplaatsen kunnen leiden tot gezondheidsklachten en ongevallen. Of je nu werkt op een kantoor, in een fabriek, in een winkel, op straat of thuis achter een bureau, dan is het belangrijk dat de arbeidsplaats veilig toegankelijk is en veilig kan worden gebruikt en verlaten.

Zie ook

  • Wat zegt de wet over arbeidsplaatsen?
  • Kantoorwerkplekken
  • Tijd- en plaatsonafhankelijk werken
  • Risico’s en aandachtspunten

Bouwproces

Bouwprojecten kunnen gezien worden als een tijdelijk bedrijf, waarop de Arbowet van toepassing is. Gezien de aard en de risico’s van de werkzaamheden in de bouw, is een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) vaak niet voldoende om veilig te bouwen. Afhankelijk van de omvang van de bouw en/of de aanwezigheid van specifieke risico’s moet een veiligheids- en gezondheidsplan komen.

In de bouw behoort veilig bouwen en gezond werken een onlosmakelijk onderdeel te zijn van het bouwproces. Veiligheid is van invloed op de voortgang van het werk en het behalen van de planning. Ongelukken en ongevallen kunnen langdurig persoonlijk leed veroorzaken. De Nederlandse Arbeidsinspectie ziet in de bouw dan ook intensief toe op nakoming van de Arbowet.

Materiaalkeuze bevordert veilig bouwen

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gebruikt certificatie als instrument om de veiligheid en de gezondheid van werknemers te beschermen. Wanneer personen of bedrijven gecertificeerd zijn, biedt dat een gefundeerd vertrouwen dat zij aan bepaalde eisen voldoen.

Verplichte certificatie

Veilig bouwen begint al voordat de eerste paal de grond in gaat. Het loont om al in de voorbereiding, bij ontwerp en materiaalkeuze, rekening te houden met de consequenties voor veiligheid en gezondheid in de bouwfase. Lees meer over de verantwoordelijkheden in de laatste bouwprocesbepalingen.

In de bouw zijn veilig gereedschap en persoonlijke beschermingsmiddelen onmisbaar voor veilig bouwen. Denk daarbij aan een veiligheidshelm, veiligheidsschoenen, mondkap, veiligheidsbril, gehoorbeschermers, doorwerkkleding, valbescherming en handschoenen. Veilig gereedschap, veilige steigers en deugdelijke bouwliften zijn te herkennen aan een certificaat.

Coördinatie werkzaamheden

In de ontwerpfase dient de opdrachtgever een Coördinator Ontwerpfase aan te stellen. De verschillende (onder-)aannemers die vaak bij uitvoering betrokken zijn, zijn ook gebonden aan het veiligheidsbeleid op het werk. Om dat goed te organiseren is de opdrachtgever eveneens verplicht ertvoor te zorgen dat een Coördinator Uitvoeringsfase wordt aangesteld.

Voorlichtingsbijeenkomst veilig bouwen

Vast onderdeel van de start van het werk is een voorlichtingsbijeenkomst. In deze bijeenkomst moet worden gesproken over mogelijke risico’s, de veiligheid voor alle medewerkers en het veiligheidsbeleid dat van toepassing is. De voorlichting moet ook toegankelijk en begrijpelijk zijn voor collega’s uit het buitenland.

Veiligheid vast op de agenda

Veiligheid behoort een vast agendapunt te zijn van het werkoverleg. Dat houdt iedereen scherp op veilig bouwen en het voorkomen van onveilig gedrag en risicovolle situaties. Dat is geen probleem als iedereen doordrongen is en blijft van het belang van veilig bouwen. Die ervaringen kunnen aanleiding zijn om aanvullende maatregelen te treffen, een actie op te nemen in de RI&E of de voorschriften aan te scherpen.

Zie ook

Elektriciteit

Elektriciteit op de werkvloer kan altijd een potentieel gevaar zijn, ook zonder direct contact. Een lichte schok kan door de schrik bijvoorbeeld een val veroorzaken. Voor het werken aan elektrische installaties moeten de juiste voorzorgsmaatregelen worden genomen om de risico’s te beperken.

Gevaren van elektriciteit

De meeste ongelukken met elektrische installaties gebeuren door het werken met ondeugdelijk materiaal. Of doordat gewerkt wordt zonder de juiste opleiding of voldoende ervaring en kennis. Zo is het bijvoorbeeld een misverstand dat alleen direct contact met elektriciteit gevaarlijk is. Bij hoogspanning (meer dan 1000 volt) is te dicht naderen van een geleider al heel gevaarlijk.

Gewone stroom, maar ook statische elektriciteit die bijvoorbeeld ontstaat bij laden en lossen van vloeistoffen, kunnen brand en explosies veroorzaken. Met persoonlijke risico’s van zware verwondingen, blijvende schade of overlijden. Bij tien tot twintig milliampère kan al spierverkramping optreden die hartproblemen of zelfs een hartstilstand tot gevolg heeft.

De risico’s bij verkeerd gebruik van elektriciteit hangen af van verschillende omstandigheden. Lichaamsgewicht, conditie en geslacht zijn van invloed, evenals wissel- of gelijkstroom, de tijdsduur van de schok, de route door het lichaam, klimaat (vocht geleidt beter) en de grootte van het aanrakingsoppervlak.

Normen

Voor het inrichten van en het werken aan elektrische installaties zijn diverse normalisatienormen ontwikkeld, zoals installatievoorschriften voor laag- en hoogspanningsinstallaties, voor ruimten met ontploffingsgevaar en voor medisch gebruikte ruimten. Ook zijn er normalisatienormen beschikbaar voor werken bij laagspanning en voor bliksemafleiderinstallaties.

Het Nederlands Normalisatie-instituut (NEN) geeft deze normen uit.

Tips voor veilig werken

In de risico-inventarisatie en -evaluatie en plan van aanpak staan de maatregelen om problemen met elektriciteit te voorkomen. In het algemeen geldt:

  • haal bij het werken aan installaties de spanning eraf;
  • zorg dat medewerkers goed zijn opgeleid;
  • werk alleen met dubbel geïsoleerd gereedschap;
  • isolatie moet altijd goed zijn;
  • vervang meteen defecte isolatie;
  • goede afscherming van schakel- en stoppenkasten;
  • pas zoveel mogelijk lage spanning toe;
  • weet dat het smeltpatroon de zwakste schakel in de stroomketen is;
  • plaats het afschermdeksel altijd meteen terug;
  • zorg voor een goede veiligheidsaarding;
  • hoe hoger te spanning, des te groter de afstand tussen lichaam en geleider moet zijn.

Zie ook

Ergonomie

Ergonomie is de wetenschap die zich richt op het afstemmen van hulpmiddelen en omstandigheden op de eigenschappen van de mens waardoor mensen optimaal kunnen functioneren. Dit beslaat het hele gebied van bijvoorbeeld een goede bureaustoel tot een efficiënt werkproces in de keuken van een restaurant. Ergonomie levert zo een belangrijke bijdrage aan het veilig en gezond kunnen inrichten van een werkplek.

Werkplek veiliger maken

In artikel 5.4 van het arbeidsomstandighedenbesluit staat dat “tenzij dit redelijkerwijs niet kan worden gevergd, worden werkplekken ingericht volgens de ergonomische beginselen.” Dit betekent dat gebruiksvoorwerpen, technische systemen en taken zo ontworpen moeten zijn dat ze de veiligheid, de gezondheid, het comfort en het doeltreffend functioneren van mensen bevorderen. Denk aan goed gebruik van machines, voldoende voorlichting, of een werkbank die de juiste hoogte heeft.

Ergonomie beslaat onder andere het kennisgebied over werksituaties, het functioneren van mensen daarin en de invloed van de werkplek, de werkomstandigheden, de organisatie, het samenwerken met collega’s en het gebruik van machines en hulpmiddelen. Met die gespecialiseerde kennis stellen ergonomen medewerkers in staat hun werk optimaal te doen. Dat wil zeggen: zo efficiënt mogelijk en zonder gezondheidsklachten en veiligheidsrisico’s.

Of het werk nu wordt verricht op de brug van een baggerschip, op kantoor, in een fabriek of in de cabine van een vrachtauto, de werkplek moet altijd ergonomisch verantwoord zijn. Met behulp van ergonomische kennis kunnen de afzonderlijke werkomstandigheden worden aangepast aan de eigenschappen van de individuele werknemer.

Ergonomie in de praktijk

Fabriek
In de controlekamer van een fabriek kunnen veel aspecten van ergonomie aan bod komen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een uitgekiende opstelling van een grote hoeveelheid apparatuur, een duidelijk overzicht op alle beeldschermen en meters die het verloop van de productieprocessen weergeven, goed zicht op het werk in de fabriek, een gemakkelijke bediening en de juiste stoelen.

Kinderdagverblijf
Ergonomie heeft voor kinderdagverblijven geleid tot de ontwikkeling van een speciaal aankleedmeubel dat het werk van de verzorgers een stuk makkelijker maakt. Ze hoeven minder te tillen en te bukken en ze kleden kinderen op precies de goede hoogte aan. In het ontwerp is rekening gehouden met de veiligheid van de kinderen.

Professionele keuken
Ergonomie is ook terug te vinden in een professionele keuken. Die moet zo zijn ingericht dat koken en afwassen mogelijk is zonder dat de koks en de afwassers elkaar voortdurend in de weg lopen. In de inrichting en indeling is rekening gehouden met veiligheidseisen die voor beide activiteiten totaal verschillende zijn.

Vier specialisaties

Binnen de ergonomie zijn vier specialisaties te onderscheiden:

  • Fysieke ergonomie richt zich vooral op de menselijke anatomie, antropometrie (menselijke afmetingen en verhoudingen) en fysiologie (verrichtingsleer). Denk aan werkhoudingen, werkplekinrichting en repeterende bewegingen.
  • Cognitieve ergonomie gaat over mentale processen, zoals perceptie en motorische reacties in de interactie tussen mens en systeem. Denk aan mentale werkbelasting, mens-computerinteractie en stress.
  • Taalergonomie houdt zich bezig met de verhouding tussen tekst (woordkeus, formuleringen, alineaopbouw) en tekstdragers (lettertype en -grootte, regelafstand, achtergrond).
  • Organisatie-ergonomie richt zich op optimalisering van onder meer organisatiestructuren en -processen. Denk aan teamwork, telewerken en werktijden.

Tips

Ergonomie is belangrijk voor een veilige en gezonde werkplek, maar het effect wordt ook bepaald door omstandigheden die medewerkers en leidinggevenden zelf in de hand hebben, zoals:

  • regelmatig pauze nemen;
  • voldoende afwisseling in het werk;
  • regelmatig bijscholing, opfriscursus veilig en gezond werken;
  • laagdrempelig aanspreekpunt voor vragen van werknemers;
  • een goede lichamelijke conditie;
  • oefeningen doen om spieren en schouders te ontlasten;
  • de juiste lichaamshouding bij langdurig zitten of staan.

Bekijk de arbocatalogus van jouw branche voor sectorspecifieke oplossingen.

Zie ook

Explosieve atmosfeer

Het opstellen van een RI&E helpt bij het creëren van veilig werken in een situatie waar explosiegevaar dreigt. Het is echter niet voldoende. Een bedrijf moet ook gevarenzones vaststellen en een explosieveiligheidsdocument opstellen.

Drie vormen van explosies

Er zijn drie verschillende vormen van explosies te onderscheiden:

  1. chemische explosie (gasexplosie, nevelexplosie en stofexplosie);
  2. fysische explosie (ballon, fietsband, spuitbus, gasfles, vulkaan, enzovoorts);
  3. nucleaire explosie.

Dit onderwerp gaat alleen over de chemische explosie, waarbij zuurstof uit de lucht noodzakelijk is. Hierdoor worden ontplofbare stoffen uitgesloten.

Explosieve atmosfeer

Onder explosieve atmosfeer wordt verstaan: een mengsel van lucht en brandbare stoffen in de vorm van gassen, dampen, nevels of stof, onder atmosferische omstandigheden, waarin de verbranding zich na ontsteking uitbreidt tot het gehele niet verbrande mengsel.

Uit onderzoek blijkt dat menselijk handelen een minstens zo belangrijke oorzaak is. Menselijke fouten worden daarbij vaak veroorzaakt door stress, onderschatten van de risico’s en de complexiteit van het explosiegevaar, gebrek aan kennis, ervaring en/of training.

Risico-analyse

Zodra er mogelijk een explosierisico is, dient er altijd een Explosieveiligheidsdocument opgesteld te worden. Om vast te stellen of een stof explosiegevoelig is kan gebruik gemaakt worden van een elektronische stoffendatabase: de stoffenmanager. Indien de stof explosiegevoelig is moet beoordeeld worden of de stof daadwerkelijk kan vrijkomen onder atmosferische omstandigheden. Indien dit mogelijk is geldt de verplichting om de locatie waar deze stof zich bevindt op te delen in gevarenzones.

Explosieveiligheidsdocument

In een Explosieveiligheidsdocument moet het bedrijf vastleggen welke stoffen en apparatuur op de werkplek een explosierisico hebben. Daarvoor moet ook gekeken worden naar de bijzondere eigenschappen die invloed hebben op het geweld van explosie, zoals bijvoorbeeld de ontbrandingstijd. In het document staat ook informatie over de zone-indeling, de veiligheidsmaatregelen, de beoordeling van de apparatuur en de uitgevoerde (wettelijke) controles.

Gevarenzones gas-, damp- en nevelexplosies

De werkzaamheden moet worden ingedeeld in de gevarenzones die zijn vastgesteld door brandbare stoffen en gassen en voor stofexplosies. Doel hiervan is het inzichtelijk maken van het gevaar en de risico’s. Ook dient dit document ter hulp bij het vaststellen van de veiligheidsmaatregelen. Voor gas, damp en nevel gelden de volgende zones:

  • Zone 0: hier is voortdurend sprake van een explosierisico, gedurende een langere periode of herhaaldelijk. Statistisch gezien betekent dat er meer dan duizend uur per jaar een actief risico bestaat. Het binnenste van een tank voor brandbare vloeistoffen is een voorbeeld van een werkplek die in deze zone valt.
  • Zone 1: in deze zone is af en toe sprake van een explosierisico (tussen de tien en duizend uur per jaar). Voorbeelden: de ruimte rondom de opening van een tank met brandbare vloeistof, breekbare apparatuur en leidingen van glas.
  • Zone 2: een explosie is niet waarschijnlijk en van korte duur als het wel gebeurt. Bijvoorbeeld de omgeving van een tank met brandbare vloeistof. Zone 2 wil niet zeggen dat dit automatisch een veilig gebied is. Het geldt voor normale werkomstandigheden en daarin kunnen zich altijd onverwachte risico’s voordoen.

Gevarenzones voor stofexplosies

Voor stofexplosies hebben de zones een andere aanduiding en andere risico’s:

  • Zone 20: het binnenste van een molen, filters of transportleidingen met brandbare stoffen
  • Zone 21: een vulopening of een uitstortplaats met afvoerbak van een molen met brandbare stoffen
  • Zone 22: de omgeving van een molen waar stofafzetting optreedt bij het vullen of legen. Voor elke zone is vastgelegd welke veiligheidsmaatregelen getroffen moeten worden, welke veiligheidssystemen van toepassing zijn en welke beschermingsmiddelen beschikbaar moeten zijn.

Elke werkplek of arbeidsplaats met een explosierisico moet herkenbaar zijn door een waarschuwingsbord.

Tips om explosies te voorkomen

Er zijn verschillende aandachtspunten om explosiegevaar tegen te gaan:

  • Het toepassen van arbeidshygiënische strategie kan een bijdrage hebben in het voorkomen van explosies in gebouwen. Als de juiste beheersmaatregelen worden genomen, worden de risico’s kleiner.
  • Bronmaatregelen treffen: kunnen stoffen vervangen worden of condities worden aangepast?
  • Organisatorische maatregelen: opleiden van werknemers, juiste instructies, inrichting arbeidsplaats.
  • Technische maatregelen: ventilatiecondities, of zuurstofarme condities, wegnemen van ontstekingsbronnen.
  • Schoon huishouden.
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen.
  • Implementatie van beleid.

Richtlijnen en normen

  • In hoofdstuk 3 van het arbeidsomstandighedenbesluit in paragraaf 2.a wordt aangegeven wat de verplichtingen zijn als in een fabriek explosiegevaar aanwezig is.
  • Er moet een explosieveiligheidsdocument opgesteld worden, wat een gedetailleerde RI&E naar brand- en explosierisico’s is.
  • Verder moet het gevaar beperkt worden conform de arbeidshygiënische strategie.

Gevaarlijke stoffen

Werken met gevaarlijke stoffen brengt grote risico’s met zich mee voor de gezondheid en veiligheid van werknemers. Daarom gelden er strenge voorschriften en regelgeving. In het thema Werken met gevaarlijke stoffen lees je meer over de overkoepelende wet- en regelgeving die belangrijk is bij het werken met gevaarlijke stoffen. In dit thema vind je informatie over stofgerelateerde wetgeving, risico’s en maatregelen. Lees in de onderstaande onderwerpen meer over de risico’s van gevaarlijke stoffen op het werk.

Onderwerpen Risico’s van gevaarlijke stoffen

Knelgevaar, snijgevaar en pletgevaar

Knellen, snijden en pletten zijn risico’s die zich bij veel werkzaamheden voordoen. Bij het werken met grote machines, maar ook bij bijvoorbeeld werkzaamheden in het restaurant of op kantoor.

Machines met bewegende delen of scherpe of zware voorwerpen vormen altijd, maar speciaal bij onoplettendheid of slecht onderhoud, een risico. Daarom moet het gevaar van knellen, snijden en pletten onderdeel zijn van de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E).

Machines en materieel – liften, hoogwerkers, heftrucks – zijn veilig als ze een CE-merk hebben en regelmatig worden gecontroleerd en onderhouden. Bewegende delen van machines moeten stevig zijn afgeschermd of een beveiligingsmechanisme hebben, waardoor de machine stopt als de veiligheid in gevaar komt. Ook de voorzieningen die dat regelen moeten gecertificeerd zijn. Voor werknemers die met de machine werken is het belangrijk dat zij goed zicht houden op het werk en dat er voldoende ruimte is om de machine veilig te bedienen. Ook dient altijd gelet te worden op de kans op omvallende materialen.

Goed onderhouden

Bij alle apparaten, gereedschappen en machines is goed onderhoud van het grootste belang bij het verminderen van knel-, snij- en pletgevaar. In bepaalde beroepsgroepen, bijvoorbeeld slachters, is het verplicht om bij gebruik van messen, anti-snijhandschoenen en een veiligheidsschort te dragen. Er moet voor gezorgd worden dat messen goed in de hand liggen.

Kleine risico’s

Een veel voorkomend ongeval is dat werknemers zich snijden aan een stanleymes. Werknemers moeten de risico’s van dit soort arbeidsmiddelen niet onderschatten en zich goed concentreren als zij ermee werken.

Speciale ruimten

Naast de directe werkplekken van werknemers zijn er in een bedrijfsomgeving ook andere soorten ruimten nodig om aan de standaard functionaliteitsbehoeften van de werknemers te voldoen.

Bedrijfskantine

Werknemers moeten een plek hebben waar ze ontspannen kunnen eten. Dit kan in het bedrijf zijn, maar ook op locatie in het geval van bijvoorbeeld een bouwplaats of een gebouw waar schilders aan het werk zijn. Er is een aantal eisen waaraan een ontspanningsruimte moet voldoen:

  • De ruimte moet groot genoeg zijn voor het aantal werknemers dat er gebruik van maakt.
  • In de ruimte moeten voldoende tafels en stoelen staan, zodat alle werknemers aan tafel kunnen zitten.
  • De ontspanningsruimte moet voldoende verwarmd zijn via een brandveilige installatie en moet goed geventileerd kunnen worden.
  • In de ruimte mag het niet te donker zijn, er moet voldoende daglicht binnenkomen.
  • Op de eetplek mag het niet stoffig of lawaaiig zijn.
  • In de ruimte waar de werknemers eten, mogen geen materialen of werkkleding worden opgeslagen.
  • De ontspanningsruimte moet regelmatig worden schoongehouden.
  • In de ontspanningsruimte mag niet worden gerookt.

Als in het bedrijf wordt gewerkt met kankerverwekkende stoffen, zoals asbest of lood, dan moet de werkgever ervoor zorgen dat werknemers in een aparte ruimte kunnen eten.

Kleedruimte

De werkgever moet zorgen voor een kleedruimte voor werknemers als zij speciale werkkleding dragen. Er moeten aparte ruimten beschikbaar zijn voor mannen en vrouwen. De kleedruimten moeten zo veel mogelijk in de buurt zijn van de plek waar de werknemers werken.

Wanneer de werkzaamheden in werkkleding verricht worden, moet de werkgever voor een kleedruimte zorgen, deze moet voldoen aan de volgende eisen:

  • de ruimte moet verwarmd zijn;
  • er moet goede ventilatie aanwezig zijn;
  • in de kleedruimte moeten stoelen en/of banken staan;
  • elke werknemer moet een eigen afsluitbare plek hebben om werkkleding te kunnen bewaren;
  • natte of vieze kleding moet op een afgesloten, geventileerde plaats bewaard worden; en
  • de kleedruimte moet ruim genoeg zijn voor alle werknemers.

Kleedruimte

Volgens het Arbobesluit (artikel 3.48) en de Arbeidstijdenwet is de werkgever verplicht een werknemer met zuigeling de mogelijkheid te bieden om het werk te onderbreken voor het geven van borstvoeding of om moedermelk af te kolven.

Hiervoor moet een geschikte, afgesloten ruimte beschikbaar zijn die aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • De ruimte moet van binnenuit afgesloten kunnen worden.
  • De ruimte moet voldoende privacy bieden.
  • De ruimte moet voldoende rustig en afgezonderd zijn.
  • In de ruimte moet een bed of rustbank staan.
  • Voldoende verse lucht en voorzieningen voor klimaatbeheersing zijn nodig.
  • Het dient een ruimte te zijn zonder risico’s zoals de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen en verontreinigingen.

Indien geen ruimte beschikbaar is, moet de werkgever de werkneemster in de gelegenheid stellen thuis te voeden of te kolven.

Veiligheidssignalering

Veiligheidsborden moeten in één oogopslag duidelijk maken welk gevaar dreigt, wat verboden is of juist verplicht. De eisen voor veiligheidssignalering zijn vastgelegd in Europese normen. Veiligheidssignalering kan levens redden door te waarschuwen in gevaarlijke en ongezonde situaties. Het kan bijvoorbeeld een vluchtroute aangeven bij brand of andere calamiteiten.

Pictogrammen

Veiligheidssignalatie moet door middel van eenvoudige pictogrammen, zonder overbodige details. De afmetingen mag de werkgever zelf bepalen. Wel dient rekening gehouden te worden met de zichtbaarheidsverhouding tussen achtergrondkleur en de kleur van de signalering. Kleine afwijkingen van de normen mogen, zolang de waarschuwing maar duidelijk is.

Normen

De Arboregeling bevat eisen voor veiligheidssignalering. Over de boodschap van de borden mag geen enkel misverstand ontstaan. Daarom gelden er Nederlandse en Europese normen voor het ontwerp, het beeld (pictogram), de tekst en het kleurgebruik. De werkgever is verplicht veiligheidsborden te gebruiken als de werkplek, het gereedschap, machines of rijdend materieel gevaar voor de gezondheid of de veiligheid kunnen opleveren. Ondanks de eisen die gesteld worden aan de begrijpbaarheid van veiligheidssignalering, wordt van de werkgever verwacht dat hij de medewerkers informeert over de betekenis van de signalering.

Verstikkingsgevaar

Wanneer gewerkt wordt in een gesloten ruimte moet altijd rekening gehouden worden met de risico’s van zuurstofgebrek. De gevolgen daarvan kunnen ernstig zijn en zelfs tot blijvend letsel of erger leiden.

Verstikkingsgevaar

Verstikking komt door een tekort aan zuurstof. Een zuurstoftekort kan op verschillende manieren in ruimten ontstaan. Door:

  • chemische reactie zoals roesten, uitharden van kitten en verven;
  • biologische reacties zoals gisten, rottingsprocessen, het kiemen van granen en zaden;
  • het gebruik van inerte gassen binnen een gesloten ruimte.

Onvoldoende zuurstof

Onvoldoende zuurstof betekent dat er minder dan 18 vol.-% zuurstof aanwezig is, terwijl lucht normaal gesproken 21 vol.-% zuurstof bevat. Wanneer de concentratie zuurstof minder dan 10 vol.-% is, treedt zonder voorsymptomen (duizeligheid) bewusteloosheid op. Al snel zal ook hersenletsel het gevolg zijn en kan binnen enkele minuten de dood intreden, tenzij er direct reanimatie plaatsvindt.

Inerte gassen

Inerte gassen zijn gassen die vrij in de natuur voorkomen. Meestal worden het edelgassen genoemd. Wanneer inerte gassen worden toegevoegd aan een besloten ruimte, zal de zuurstofconcentratie geleidelijk naar beneden gaan. In de werksituatie zal het vaak gaan om het gebruik van gassen zoals stikstof, argon en kooldioxide.

Doordat deze gassen geen zuurstof bevatten, beschermen zij producten tegen oxidatie of voorkomen zij brand- en explosiegevaar in een tank. Deze inerte gassen zijn reukloos en geven dus van hun aanwezigheid geen geurwaarschuwing aan mensen. Hierdoor is er sprake van een sluipend gevaar. Een dodelijk ongeluk kan al voorkomen na slechts twee keer inademen van stikstof of een ander inert gas.

Wat zijn de risico’s van verstikkingsgevaar?

De term ‘besloten ruimten’ wordt gebruikt, omdat men over een ruimte of een omgeving spreekt met bijvoorbeeld weinig of geen natuurlijke ventilatie, weinig bewegingsruimte, een beperkte toegankelijkheid en een beperkte vluchtmogelijkheid. Primair gezien worden de risico’s dus niet bepaald door de ruimte, maar door de specifieke gevaren die erin aanwezig kunnen zijn (gevaar voor vergiftiging, bedwelming, verstikking, brand en explosie: VBVBE). Deze gevaren bepalen of er sprake is van een besloten ruimte. Bedenk dus dat een besloten ruimte niet altijd een ruimte hoeft te zijn die afgesloten is.

Wat doe je tegen verstikkingsgevaar?

Bronmaatregelen

Besloten ruimtes zijn vaak inherent aan het proces waarvoor ze zijn gemaakt, zoals bijvoorbeeld het riool. Door toekomstige gebruikers en arboprofessionals te betrekken bij de verschillende fases van het ontwerp, kunnen arbeidsvriendelijke omstandigheden tijdig worden ingebouwd om de ruimtes bijvoorbeeld goed te kunnen ventileren in de uitvoerings-, gebruiks- en sloopfase.

Organisatorische maatregelen

Een veilige werkmethode voor het betreden van en werken in besloten ruimtes wordt samengevat in een werkvergunning. Hierin worden de volgende onderwerpen behandeld:

  • risicobeoordeling en methodebeschrijving;
  • inblokken van installatiedelen;
  • veilige toegang en uitgang;
  • gasanalyse en persoonlijke gasdetectie-apparatuur;
  • wachtgatsman en reddingsmiddelen;
  • adembeschermingsappratuur;
  • noodprocedure.

De werkvergunning moet vervolgens ondersteund worden met de volgende procedures:

  • procedure voor de gasmeting zelf;
  • de gasmeting voor aanvang werkzaamheden;
  • een procedure rondom de werkzaamheden;
  • noodprocedure in geval van calamiteiten.

Technische maatregelen

Indien een ruimte wordt aangemerkt als besloten ruimte, kunnen de volgende technische maatregelen worden genomen om toch veilig te kunnen werken:

  • Een besloten ruimte zodanig ontwerpen dat deze goed geventileerd kan worden (geen dode hoeken).
  • Aanbrengen van ventilatoren bij oplevering van de ruimte of voorzieningen aanbrengen zodat ventilatoren in een later stadium eenvoudig aangebracht kunnen worden.
  • Voorzieningen aanbrengen om een goede zuurstofconcentratiemeting mogelijk te maken.

Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s)

Wanneer er sprake is van zuurstofconcentratie lager dan 18 vol.-% mag een ruimte alleen betreden worden met zogenaamde ‘onafhankelijke adembescherming’. Dit betekent dat de ingeademde lucht onafhankelijk staat van de in de ruimte aanwezige lucht. Het gebruik van filtermaskers valt hier dus buiten. Wanneer de kans op contact met schadelijke (rest)stoffen bestaat, worden naast onafhankelijke adembescherming ook nog andere PBM’s gedragen:

  • beschermende kleding;
  • handschoenen;
  • veiligheidsschoenen of -laarzen;
  • oogbeschermingsmiddelen.

Verplichte aandachtspunten bij verstikkingsgevaar

  • Controleer steeds bij de aanvang of het hervatten van de werkzaamheden alle veiligheidsmaatregelen en voorzieningen.
  • Controleer het zuurstofgehalte in de ruimte met een gecertificeerde zuurstofmeter.
  • Controleer regelmatig op gassen en giftige stoffen, gebruik daarvoor een gecertificeerde gasdetector of explosiemeter.
  • Koppel elektrische apparatuur af.
  • Voorkom risico’s van achtergebleven stoffen, spuit de ruimte eventueel schoon met een hogedrukspuit en warm water.
  • Gebruik explosieveilige verlichting en elektrische apparatuur met een spanning van maximaal 42 volt.

Voorzichtigheid met lasapparatuur en zuurstofbranders is geboden. Niet alleen vanwege het zuurstofgebruik en de risico’s van vuur in een gesloten ruimte, maar ook omdat bij verhitting van stalen constructies brandbare gassen vrij kunnen komen uit eventueel aanwezige roestlagen.

Vitaal thuiswerken

Als je thuiswerkt, dan moet jouw werkgever zorgen voor goede en veilige arbeidsomstandigheden. Lees meer over de wettelijke eisen van de thuiswerkplek en de zorgplicht van de werkgever op de pagina over thuiswerken op rijksoverheid.nl.

Werknemers

Het thuiswerken vraagt de nodige flexibiliteit en aanpassingsvermogen. Werknemers hebben te maken met nieuwe uitdagingen, zoals werken zonder de directe aanwezigheid van collega’s. Of werken in een huis vol mensen, waarbij zorg- en werktaken door elkaar heen lopen. Er zijn voor werknemers veel tips beschikbaar die je kunnen helpen, maar die in de praktijk toepassen kan best lastig zijn. Ben je op zoek naar praktische tools of inspiratie om het thuiswerken in goede gezondheid vol te houden? Kijk dan hier voor een overzicht van inspiratie, tools en publicaties.

Fysieke belasting bij zittend werk

Je kunt verschillenden dingen doen om het thuiswerken zo prettig mogelijk te maken. Zorg waar mogelijk voor een rustige werkplek met een stoel waar je goed op zit. Beweeg voldoende gedurende de dag. Op de pagina tips voor thuiswerken vind je hier meer informatie over.

Mentale belasting van thuiswerken

Thuiswerken kan mentaal belastend zijn. Informele gesprekjes met collega’s tussendoor vallen nu weg, en het veelvuldig gebruik van digitale voorzieningen zoals videoconferencing kan voor vermoeidheid zorgen. Ook het combineren van werk en andere verplichtingen kan vermoeidheid en stress veroorzaken. Plan daarom je werkdag, neem vaak een korte pauze, beweeg voldoende en doe tussendoor iets om te ontspannen. Veroorzaakt het thuiswerken spanning of zorgt het ervoor dat je niet lekker in je vel zit, bespreek dit dan met anderen, bijvoorbeeld met collega’s en met je leidinggevende. Geef aan je leidinggevende aan waar je mee zit en bekijk samen wat je kunt doen om de situatie te verbeteren.

Werkgevers

Het thuiswerken vraagt van werkgevers een andere stijl van leidinggeven. Het is belangrijk om vertrouwen en begrip richting je werknemers uit te spreken, bijvoorbeeld over het feit dat werk en privé meer door elkaar lopen. Actief in contact blijven met je werknemers is dan ook van belang. Geef duidelijk aan wat je van werknemers verwacht. Ga na of de opdrachten duidelijk zijn en welk resultaat er verwacht wordt. Hier kun je als werkgever meer lezen over leidinggeven op afstand. Lees meer over de zorgplicht van een werkgever voor een goede thuiswerkplek op rijksoverheid.nl.

Praktische tips voor thuiswerkers om mentaal en fysiek gezond te blijven

Vloeren

Alle vloeren in een bedrijf moeten veilig zijn en comfortabel om op te lopen. Er kunnen ongelukken ontstaan als een vloeroppervlak te glad, te stroef, nat of vet is, of onverwachte verschillen in ruwheid of hoogte kent.

Er zijn mogelijkheden en hulpmiddelen om de kans op uitglijden en vallen op een werkvloer te beperken. De werkgever kan deze maatregelen zelf nemen.

  • Breng een antislip-laag aan. Als dat niet uitvoerbaar is, zijn er alternatieve hulpmiddelen. Denk aan stroeve matjes, kant-en-klare strips en schoenen met een antislipzool.
  • Geef met een waarschuwingsbord aan wanneer een vloer nat is, en dus glad kan zijn.
  • Zorg ervoor dat iedereen op de werkvloer werkschoenen draagt die bij voorkeur zijn voorzien van een antislipzool.

Soms staan hygiëne en veiligheid op gespannen voet met elkaar. Bijvoorbeeld als een vloer wordt schoongemaakt en tijdelijk glad is door water en schoonmaakmiddelen. Professionele schoonmaakbedrijven plaatsen een goed zichtbaar en duidelijk waarschuwingsbord op de plekken waar de vloer (tijdelijk) glad kan zijn.

Aandachtspunten

  • Een veilige vloer hoort onderdeel te zijn van het ontwerp van het gebouw.
  • De indeling, de inrichting en de keuze van de materialen zijn belangrijk voor een veilige werkvloer. Het is belangrijk om hier rekening mee te houden bij de inrichting van de werkplekken.
  • In een ontwerp moet rekening worden gehouden met de eisen voor hygiëne en onderhoud. De wet vereist dat vloeren stroef zijn. Op een stroeve vloer glijden mensen minder snel uit. Veel stroeve vloeren laten zich prima schoonmaken. Bijvoorbeeld in ziekenhuizen zijn er vaak stroeve vloeren.
  • Door slijtage, vuil en schoonmaakmiddelen kan de stroefheid van een vloer afnemen. De werkgever moet hier rekening mee houden en op tijd maatregelen nemen.

Werken op hoogte

Valgevaar is een van de meest voorkomende oorzaken van een arbeidsongeval. Op een werkplek waar het gevaar bestaat om van hoogte te vallen, moet een werkgever maatregelen nemen. Boven de 2,50 meter is dit wettelijk verplicht, maar ook onder de 2,50 meter moet de werkgever maatregelen treffen als er een risico is om te vallen.

Werken op hoogte brengt verschillende risico’s met zich mee. De meest voorkomende risico’s vallen onder de categorieën:

  • vallen van hoogte;
  • vallen door de opening van een werkvloer;
  • getroffen worden door een vallend voorwerp;
  • een mogelijk langere vluchtweg bij calamiteiten.

Voordat werknemers op hoogte mogen werken, moeten werkgevers de volgende vragen beantwoorden:

  • Is het mogelijk het werk niet op hoogte uit te voeren?
  • Kan het risico om te vallen vermeden worden?

Als het antwoord op deze vragen ‘nee’ is, moet de werkgever extra afspraken over werken op hoogte opnemen in de risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E). Daarnaast moet de werkgever de nodige maatregelen nemen om de veiligheid en gezondheid van werknemers te beschermen.

Valgevaar kan met laagdrempelige maatregelen worden voorkomen. Bekijk de animatie over de gevaren van werken op hoogte: